Ga direct naar de content

Japan als financier van de wereld

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 16 1996

Japan als financier van de wereld
Aute ur(s ):
Blom, M. (auteur)
De auteur is werkzaam b ij IRIS, een samenwerkingsverb and van Rab ob ank en Rob eco-groep.
Ve rs che ne n in:
ESB, 81e jaargang, nr. 4080, pagina 923, 6 november 1996 (datum)
Rubrie k :
Monitor
Tre fw oord(e n):
japan, financiële, markten

De vooruitzichten voor de Japanse economie zijn – ondanks monetaire en budgettaire stimulansen – nog steeds vrij somber. Dit heeft
de export van Japans kapitaal sterk bevorderd en bijgedragen aan de wereldwijde rentedaling.
De aankopen van buitenlandse obligaties door Japanse beleggers bedragen momenteel zo’n $100 mrd op jaarbasis. Daarmee is voor
het eerst de kapitaaluitvoer groter dan het overschot op de lopende rekening. Wat zijn de achtergronden van deze omvangrijke
kapitaalexport?
Uitblijvend herstel
Ondanks zes stimuleringspakketten van de Japanse overheid en een enorme monetaire verruiming door de centrale bank van Japan, komt
het economisch herstel maar nauwelijks van de grond. De impuls van de stimuleringspakketten is zo goed als uitgewerkt. En aan verdere
budgettaire stimulering kan worden getwijfeld. In aanloop naar de verkiezingen op 20 oktober beloofde de secretaris-generaal van de
Liberaal Democratische Partij, Kato, een nieuw stimuleringspakket van vijf bln yen (ongeveer 1% van het bbp), ondanks het oplopende
begrotingstekort. Omdat de LDP geen meerderheid haalde en de coalitiebesprekingen mislukt lijken, is het resultaat een zwakke regering
die moeite zal hebben tegenwerking te voorkomen bij het stimuleren van de economie.
Problemen in het bankwezen
De Bank of Japan staat niets anders te doen dan de monetaire sluizen open te laten staan. Maar de monetaire stimulering lijkt te stuiten
op de nog steeds voortdurende problemen in het Japanse bankwezen. Het bankwezen verwarde de speculatieve stijgingen van de
onroerend-goedprijzen en de aandelenkoersen in de tweede helft van de jaren tachtig met reële onderliggende economische kracht, en
bouwde de kredietportefeuilles gebaseerd op die misvatting op. In tegenstelling tot de Amerikaanse overheid in de ‘savings and loans’crisis, of de Zweedse overheid in de Zweedse bankencrisis begin jaren negentig, is de Japanse overheid tot dusverre niet bereid geweest
om een ongelimiteerde garantie af te geven om banken in nood te steunen.
De sanering van de bankensector steunt daarom voor een groot deel op het beleid van de Bank of Japan. De Bank of Japan heeft vele
biljoenen in het banksysteem gepompt. Via geldmarktoperaties heeft de Bank of Japan het daggeldtarief tot onder het disconto van 0,5%
gebracht. Banken maken daardoor alleen van de disconto-faciliteit gebruik in noodgevallen. Daardoor kreeg de Bank of Japan ruimte om
massaal obligaties (figuur 1) op te kopen (de zg ‘Rinban’-operaties). Dit had tot gevolg dat de 10-jaars rente tot een nieuw historisch
dieptepunt daalde, 2,6%. Met de opbrengsten hebben de banken voor 10 bln yen kunnen afschrijven op slechte leningen. De groei van
hun kredietverlening bedraagt echter nog steeds slechts 1%.

Figuur 1. Aankopen van obligaties door de centrale bank en de rente
Natuurlijk is er sprake van monetaire financiering door de centrale bank. De geldgroei gemeten volgens M1 bedraagt al ruim een jaar meer
dan 10%. Door er voor te zorgen dat de particuliere sector voldoende in de slappe was zit, hoopt de Bank of Japan het economische
herstel gaande te houden.
Financiële markten
Dit ruime monetaire beleid mist haar uitwerking op de financiële markten niet. Opnieuw zijn er internationale beleggingsfondsen die van
de ultra-lage korte rentes in Japan gebruik maken om in buitenlandse obligaties te beleggen, in de verwachting dat de yen eerder zal
depreciëren dan apprecieren. Volgens recente berichten loopt ook de kortlopende kredietverlening aan buitenlanders door Japanse
banken, die een weerslag vormt van de ‘transpacific yieldcurve play’, weer op.
Daarnaast hebben verzekeraars in Japan een beleggingsresultaat van zo’n 5% nodig om aan de contractuele verplichtingen te kunnen
voldoen. Pensioenfondsen zelfs 5,5%, bij de huidige premies. Het lokale rendement op de Japanse aandelenbeurs bedroeg tussen 1990
en 1995 gemiddeld -5,4%. Op een wereldportefeuille (uitgedrukt in yens) zou gemiddeld 3,9% verdiend zijn. Op Japanse obligaties zou de
Japanse belegger 4,9% verdiend hebben en bij een wereldwijd gespreide portefeuille 5,1%.
In een klimaat van deflatie valt er op lokale aandelen alleen maar te verliezen. Cijfers uit de VS tonen aan dat in alle periodes van deflatie
de aandelenkoersen daalden. De consumentenprijsindex in Japan stond in september 0,4% lager dan een jaar geleden en de grondprijzen
daalden met 4,6%.
Zolang dit klimaat aanhoudt zoeken professionele beleggers hun heil in het buitenland. Buitenlandse obligatiemarkten, met name de
Amerikaanse, profiteren van deze beleggingsstroom. Bovendien koopt ook de Japanse centrale bank veel Amerikaans schuldpapier,
onder meer om de koers van de yen te beheersen. Zolang als deze kapitaalstroom uit Japan aanhoudt, ontstaat een wereldwijde druk op
de rente.

Copyright © 1996 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur