Ga direct naar de content

De vermoedelijke ineffectiviteit van de WAO-maatregelen

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juni 24 1993

De vermoedelijke ineffectiviteit
van de WAO-maatregelen
C.N. Teulings en F. van der Ploeg*

D

e WAO-maatregelen van bet kabinet beogen een vermindering van de
arbeidsongeschiktheid te bereiken door een hoger eigen risico en door strengere
keuringen van particuliere verzekeraars. Het bogere eigen risico is in veelgevallen
ongedaan gemaakt door collectieve aanvullende verzekeringen. Daarnaast zijn er
economische redenen waarom bet niet waarschijnlijk is dat de keuringspraktijk bij
particuliere verzekeraars veel strenger zal zijn dan die van de huidige
keuringsinsta nties.
De WAO-maatregelen zijn de afgelopen maanden
voor een groot deel gecompenseerd door middel van
aanvullende particuliere verzekeringscontracten. De
vormgeving van deze contracten verschilt sterk van
bedrijfstak tot bedrijfstak: soms is de verzekering per
cao geregeld, soms biedt de werkgever een, al dan
niet gesubsidieerde, verzekering aan, waarbij het de
werknemer vrij staat al dan niet te participeren, en
soms moeten werknemers geheel zelfstandig een
geschikt contract trachten af te sluiten1.
De ervaring met de verlaging van de Ziektewetuitkeringen in 1982 heeft geleerd dat lagere uitkeringspercentages bij cao-onderhandelingen in veel
gevallen ongedaan worden gemaakt door onderlinge
afspraken tussen werkgevers en vakbonden. Ook nu
ziet men dat er voor de vakbonden een belangrijke
rol is weggelegd in het bijverzekeren, al was het alleen maar om ervoor te zorgen dat er enige solidariteit wordt betracht in de zin dat ook werknemers die
onaantrekkelijk zijn voor commerciele verzekeringsmaatschappijen verzekerd worden2.
Het nieuwe stelsel van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wijkt nog slechts gradueel af van het onder andere door het CDA bepleite ministelsel. Onder
een dergelijk regime neemt de overheid slechts de
verantwoording op zich voor de uitkeringen tot op
het niveau van het sociaal minimum. Wie meer dekking wil, moet daar zelf zorg voor dragen. Het veel
gehoorde motto is de scheiding van verantwoordelijkheden: de overheid draagt de zorg voor de minimumuitkeringen, de particuliere sector zorgt voor de rest.
Het nieuwe stelsel is daarom een ministelsel: de overheid garandeert weliswaar meer dan alleen een minimumuitkering, maar gaat er van uit dat werknemers
die dit wensen, zich aanvullend zullen verzekeren.
Vanuit de oorspronkelijk bedoeling van de kabinetsmaatregelen – lagere instroom in de WAO door
een hoger eigen risico en door strengere toelatingscontrole – is deze ontwikkeling niet onverdeeld gunstig. Het hogere eigen risico is in veel gevallen onge-

daan gemaakt door collectieve aanvullende verzekeringen3. Hoe de keuringen van verzekeraars er in de
praktijk uit gaan zien is op dit moment moeilijk te
voorzien, maar er zijn gegronde – theoretische – redenen om aan te nemen dat de bestaande keuringspraktijk ook bij particuliere verzekeraars grotendeels intact zal blijven. Het mechanisme dat ons brengt tot
deze sombere Voorspelling’ valt niet eenvoudig te
doorgronden. In het navolgende worden de argumenten daarom in detail besproken.

Inperking van moreel gevaar en keuringen
Er zijn twee mechanismes denkbaar waarlangs een
lagere wettelijk vastgelegde dekkingsgraad kan leiden tot minder arbeidsongeschikten. Ten eerste leidt
een lagere uitkering tot een hoger eigen risico voor
de verzekerden. Eigen risico’s zijn een beproefd middel om verzekerden ertoe te bewegen het risico op
schade te beperken. Net zoals invoering van een eigen risico bij autoverzekeringen ertoe leidt dat burgers voorzichtiger op de weg zijn, zal de arbeidsongeschiktheid afnemen indien de rekening voor een
gedeelte door werknemers (of werkgevers) betaald
moet worden. Het eigen risico is dus een gedeeltelij* De auteurs werken aan de Universiteit van Amsterdam.
1. Zie Reparatie WAO is lappendeken, NRC Handelsblad,
5 april 1993.
2. Econometrisch onderzoek gebaseerd op het Sociaal Economisch Panel wijst namelijk uit dat het vooral de zwakkeren en mensen met weinig opleiding zijn die het slachtoffer
zijn van de WAO. Zie A. van Soest, H. Keuzenkamp en
F. van der Ploeg, Vicious circles behind the dykes: disability
and unemployment in the Netherlands, rapport voor het
“European Unemployment Programme”, 1991.
3. In die gevallen waar, tegenover de compensatie van de
recente kabinetsmaatregelen met aanvullende contracten,
bestaande bovenwettelijke afspraken zijn geschrapt (zoals
in de bouw, zie NRC Handelsblad, op. cit.), is vanzelfsprekend wel sprake van een toename van het eigen risico.

ke oplossing voor het probleem dat verzekerden roe-

de afweging tussen solidariteit en doelmatigheid. De

kelozer zijn omdat zij toch volledig verzekerd zijn

hogere inkomens zullen bereid zijn een hoog eigen

(‘moral hazard’ ofwel moreel gevaar). In het kader
van arbeidsongeschiktheid zou een hoger eigen risi-

risico te nemen in ruil voor een lagere premie, maar
dit gaat ten koste van de solidariteit met de zwakkeren in de maatschappij.

co moeten leiden tot minder arbeidsongeschiktheid,
ofwel omdat mensen zich voorzichtiger zullen gaan

gedragen, ofwel omdat mensen zich minder snel ar-

Verstoring van de tucht van de markt

beidsongeschikt zullen voelen. Econometrisch onder-

zoek bevestigt de relevantie van dit mechanisme .
Ten tweede zou een grotere rol van de particulie-

Indien de verzekeringsmarkt volledig wordt blootgesteld aan de tucht van de markt leidt deze afweging

re sector bij het sluiten van verzekeringscontracten

tot een efficiente uitkomst. De verzekerde weet pre-

leiden tot strengere keuringen. Uit de parlementaire

cies wat een lager eigen risico hem kost, betaalt de

enquete is gebleken dat de keuringsinstanties er wei-

premies zelf, en kan daarom afwegen of de hogere

nig belang bij hebben zich te verzetten tegen toetreding van hun clienten tot de WAO. Indien werkgever
en werknemer gezamenlijk besloten hebben dat ie-

premies voor hem opwegen tegen de grotere mate
van inkomenszekerheid. In de Nederlandse situatie
kan deze afweging echter niet volledig worden ge-

mand tot de WAO moet toetreden, kost het voor de
keuringsarts veel meer moeite om deze persoon niet
in plaats van wel af te keuren. Op de markt voor particuliere verzekeringscontracten bestaat er echter concurrentie tussen verschillende verzekeraars. Een van

maakt, want bij een aanvullende verzekering hoeft de
verzekerde slechts een deel van de kosten te betalen.

hun concurrentiewapens is de premiestelling. Verzekeraars hebben er daarom meer dan bedrijfsverenigingen belang bij schadeuitkeringen laag te houden.
Meer uitkeringen leiden tot hogere premies en dus

kunnen verzekerden en particuliere verzekeraars echter afwentelen op de Arbeidsongeschiktheidsfondsen
die opdraaien voor de kosten van de uitkering tot op
minimumniveau. Het verzekeringscontract tussen ver-

tot een verzwakte concurrentiepositie. De potentiele

zekeraar en verzekerde heeft een extern effect .

klanten krijgen na verloop van tijd een redelijk in-

Doordat de verzekerde een te lage prijs voor aanvullende verzekeringen betaalt, zal hij de neiging hebben om een vanuit maatschappelijk oogpunt bezien

zicht in de keuringspraktijk van verschillende verzekeraars. Zij kunnen dan zelf bepalen hoe zij de afweging tussen strenger keuren en lagere premies maken.

Aanvullende verzekeringen verlagen het eigen risico

en doen daarmee de deur open voor meer arbeidsongeschiktheid. Een groot deel van deze hogere kosten

te klein eigen risico te nemen. De dubbele structuur
van een verplichte collectieve verzekering aangevuld

Eigen risico, efficientie en solidariteit

met een vrijwillige particuliere verzekering leidt dus
tot een hogere dekkingsgraad dan maatschappelijk

De vraag naar zekerheid is niet wezenlijk anders dan
de vraag naar een willekeurig ander consumptiegoed. Als een consument bereid is de daarvoor
geldende marktprijs te betalen, dan leidt het marktproces in principe tot een efficiente uitkomst. Het
opstellen van een verzekeringscontract is echter een
kwestie van laveren tussen de Scylla en Charibdis:

efficient is.

enerzijds de behoefte aan volledige dekking en ander-

conform hun (marginale) produktiviteit. Om allerlei

Laagproduktleve werknemers in de WAO
De bovenstaande analyse geeft nog een te rooskleu-

rig beeld van de problemen. Volgens de standaardleerboekjes betalen werkgevers hun werknemers

zijds de noodzaak voor een minimum aan eigen risi-

redenen worden produktiviteitsverschillen tussen

co om het aantal schadeclaims te beperken . Deze af-

werknemers echter slechts gedeeltelijk vertaald in

weging heeft ook gevolgen voor de afweging tussen

beloningsverschillen7. De ‘goede’ werknemers produ-

solidariteit en doelmatigheid.
De institutionele structuur zoals die door de recen-

te kabinetsmaatregelen is ontstaan, leidt echter niet
noodzakelijk tot een efficiente uitkomst. De oorzaak

4. Zie L.J.M. Aarts en Ph.R. de Jong, Economic aspects of
disability behavior, North-Holland Publishing Company,

van dit probleem zit in de gecreeerde hybride structuur: overheid en particuliere verzekeraars verzekeren ieder een deel van hetzelfde risico. Het verzekeringscontract van de overheid moet immers verplicht
worden afgenomen. Alleen voor het deel dat de verzekerden afsluiten bij particuliere verzekeraars mo-

Amsterdam, hoofdstuk 10, 1992.

gen zij zelfstandig een afweging maken tussen eigen

voorzorgen in acht te nemen. In de praktijk is dit onmoge-

risico en premiehoogte. Hoe lager het eigen risico,

5. De marktuitkomst is slechts efficient, voor zover reke-

ning wordt gehouden met het feit dat de verzekeraar niet
kan vaststellen of de verzekerde voldoende voorzorgsmaat-

regelen heeft genomen. Verzekeraar en verzekerde zouden
een beter resultaat kunnen bereiken als de verzekeide zich
op een of andere wijze kan committeren om de vereiste

des te hoger is de premie die men moet betalen. Voor

lijk. De marktuitkomst heet daarom beperkt efficient.
6. Dit mechanisme is een speciaal geval van een meer alge-

het verband tussen premiehoogte en eigen risico zijn

meen probleem dat is beschreven in M. Pauly, Overinsuran-

twee redenen: ten eerste omdat bij een lager eigen risico per schadegeval meer moet worden uitgekeerd;

ce and public provision of insurance: the roles of moral ha-

ten tweede omdat een lager eigen risico leidt tot minder voorzichtigheid en dus tot meer schadegevallen.
De premie neemt daarom meer dan evenredig toe
met de dekkingsgraad. Hier zit hem ook de kneep in

ESB 23-6-1993

zard and adverse selection, Quarterly Journal of Economics, 1974, biz. 44-62. Pauly laat zien dat dit probleem ook
van toepassing is in een verzekeringsmarkt waar een verze-

keringsnemer contracten voor een en hetzelfde risico kan
afsluiten met meerdere maatschappijen. In de voorafgaande

analyse hebben wij deze mogelijkheid uitgesloten.

ceren dus meer dan hun loonkosten, terwijl de ‘slechte” werknemers minder opbrengen dan de kosten .

De werkgever wil daarom graag zijn laagproduktieve
krachten kwijt. Hij heeft er om die reden belang bij

dat zijn werknemers goed tegen arbeidsongeschiktheid zijn verzekerd. Met een goede dekking kunnen
de personeelsleden die minder produktief geworden
zijn, worden verleid om de WAO in te gaan. De werkgever is daarom bereid een bijdrage te leveren in de
kosten van aanvullende verzekeringen. Op die manier wordt ‘optimaaT gebruik gemaakt van het feit dat
de Arbeidsongeschiktheidsfondsen het leeuwedeel
van de kosten van de uitkering voor hun rekening ne-

men. Dit mechanisme verklaart waarom sommige
werkgevers hun werknemers een goedkope aanvullende verzekering aanbieden en waarom werkgevers
in cao-onderhandelingen gemakkelijk overstag gaan
als de reparatie van de WAO aan de orde komt. Werkgevers hebben zelf ook een belang bij een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het is voor hun on-

Thans bestaat een redelijk beeld van de mate
waarin de eigen risico’s, ontstaan als gevolg van de
verlaging van de uitkeringspercentages, zijn gecompenseerd met aanvullende contracten. Wat betreft het
keuringsbeleid zal de tijd moeten leren in hoeverre
ook hier de theoretische voorspellingen werkelijkheid worden.

Collectieve versus individuele contracten
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en werkgevers hebben betoogd dat aanvullende
verzekeringen geen collectief karakter mogen heb-

ben. Blijkbaar had men de indruk dat werknemers
individueel zouden besluiten tot een veel lagere dekkingsgraad dan in onderhandelingen tussen vakbeweging en werkgeversorganisaties is overeengekomen.

De vakbond wordt een grotere risico-aversie toege-

een individueel bedrijf – of zelfs voor een hele bedrijfstak – rationed is, is zij dat voor het bedrijfsleven

dicht dan de individuele werknemer. Wellicht heeft
dit te maken met paternalisme. Door de werknemer
de keus te bieden om zich al dan niet bij te verzekeren, kan de werknemer zich aan de (overdreven) risico-aversie van de vakbeweging onttrekken.
In dit licht is het de vraag of deze diagnose de

als geheel vanzelfsprekend niet. De hogere uitke-

kern van het probleem raakt. De gebleken preferen-

ringslasten voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds zul-

ties voor een hoge dekkingsgraad (en mogelijk voor

derhandelaars daarom aantrekkelijk om op dit punt
water bij de wijn te doen. Hoewel deze strategic voor

len vroeg of laat weer door premies moeten worden

een ruimhartig keuringsbeleid) zijn niet het resultaat

gecompenseerd .

van het semi-collectieve en verplichte karakter van

veel aanvullende verzekeringen, maar veeleer van de

Efficientie van de keuringspraktijk

gekozen institutionele structuur. Waar de overheid de

Een soortgelijk mechanisme speelt bij de vraag hpe

streng een verzekeraar zal keuren . Als potentiele

uitkeringen tot op minimumniveau voor haar rekening neemt, had men geen ander resultaat mogen verwachten. Zoals de premiestelling voor de aanvullen-

uitkeringsontvanger heeft de verzekerde er belang bij

de verzekering voor ambtenaren suggereert, ontkomt

dat deze keuring ruimhartig is. Als premiebetaler

zelfs de overheid niet aan de macht van dit mechanis-

heeft hij of zij er belang bij dat er zo streng mogelijk

me. Het niet algemeen verbindend verklaren van

wordt gekeurd. De verzekerde kiest die verzekeringsmaatschappij die zijn voorkeur in deze afweging het
beste benadert. Ongebreidelde werking van het
marktmechanisme leidt tot een optimale uitkomst,
omdat de verzekerde zelf via de premiestelling voldoende inzicht heeft in de kosten van een ruimhartiger keuringsbeleid.
Het duale stelsel van verplichte collectieve verzekeringen aangevuld met vrijwillige particuliere verzekeringen leidt tot welvaartsverliezen. De verzekerde

heeft in Nederland nog steeds een voorkeur voor een
te ruimhartig keuringsbeleid, omdat het grootste deel
van de kosten kan worden afgewenteld op het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Het is denkbaar dat de
verzekeringsmaatschappijen geen eigen keuringsbeleid zullen voeren, maar zich geheel baseren op het

oordeel van de bedrijfsvereniging11. Een ruimhartiger
keuringsbeleid dan de bedrijfsvereniging ligt daarentegen niet voor de hand, omdat de verzekeringsnemer dan voor de volledige kosten opdraait.

De voorkeuren van de verzekeringsmaatschappijen spelen in deze analyse slechts een beperkte rol.
Zij streven slechts naar een zo hoog mogelijke omzet
respectievelijk winst en richten zich om die reden

naar de voorkeuren van de klant. Voor zover hun
voorkeuren een rol spelen is dat slechts in de richting

van minder eigen risico en een ruimhartiger keuringsbeleid: beide verhogen immers hun omzet.

7. Dit is met name het geval in het meer corporatistische
Rijnlandse model en minder het geval in het angelsaksische
model. Zie M. Albert, Kapitalisme contra kapitalisme, Contact, Amsterdam, 1992.
8. Zie bij voorbeeld J.M. Malcomson, Work incentives, hie-

rarchy, and internal labor markets, Journal of Political Economy, 1984, biz. 486-507. Zie B. Holmstrom en P. Milgrom,
Multi-task principal-agent analyses: incentive contracts, asset ownership, and job design, Journal of law, Economics,
and Organizations, 1991, biz. 24-52.
9. Zie ook Van Soest e.a., op cit., 1991. Deze analyse suggereert dat werkgevers bij bedrijfstaksgewijze onderhandelingen minder geneigd zullen zijn toe te geven aan de behoef-

te aan aanvullende verzekeringen dan bij onderhandelingen per bedrijf. Bij bedrijfstaksgewijze onderhandelingen
zal men immers eerder geneigd zijn om rekening te houden
met de maatschappelijke effecten.
10. De navolgende analyse wijkt af van die in F. van der

Ploeg en C.N. Teulings, Ontbrekende markten en de rol
van de overheid: de afweging tussen rechtvaardigheid en
doelmatigheid, in: B.M.S. van Praag, PJ. Vos en H.P. van Da-

len (red.), De toekomst van de welvaartsslaat, Preadviezen
van de Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde, Stenfert Kroese, 1992, biz. 162 e.v.. Hoewel het mechanisme hetzelfde is als bij het eigen risico, hebben wij pas later ingezien dat dit ook op de keuringspraktijk van toepassing is.

11. Dit biedt een aantrekkelijke mogelijkheid voor de toetsing van de besproken theorieen: wordt bij de aanvullende
verzekeringen al dan niet een apart keuringsbeleid gevoerd?

cao’s is om die reden geen oplossing voor het hierbo-

bleem is. Daarnaast is er een minimum in de mate

ven geschetste probleem.

van collectieve dekking, want in het kader van een

Zolang de onderhandelingen over premiestelling
en de controle op uitvoering van de verzekering op

evenwichtig inkomensbeleid zal de overheid ten alle

hetzelfde niveau plaatsvinden is er vanuit welvaartstheoretisch oogpunt geen bezwaar tegen collectieve
contracten. Een zekere mate van verplichting bij aan-

tijde een zeker uitkeringsniveau willen blijven garanderen. Dit minimum beperkt de toepasbaarheid van
deze eerste optie.
De tweede optie probeert het probleem van lage

vullende verzekeringen is zelfs gunstig, vanwege het

eigen risico’s en ruimhartige keuringen rechtstreeks

probleem van averechtse selectie. Door een verzekering collectief verplicht te stellen, wordt voorkomen
dat alleen de ‘kneusjes’ zich willen verzekeren en de

Het algemeen verbindend verklaren van cao-afspra-

aan te pakken. Het probleem van de ruimhartige keuringen kan alleen binnen de bedrijfsverenigingen
worden opgelost. Aangezien particuliere verzekeraars
zeker niet minder streng zullen keuren dan de bedrijfsverenigingen, zullen de aanvullende verzekerin-

ken over bijverzekeren heeft zijn nut omdat dit tege-

gen de nieuwe praktijk vanzelf volgen13. Dit is onge-

verzekering voor deze mensen onbetaalbaar wordt12.

moetkomt aan de wens tot solidariteit binnen een be-

twijfeld de koninklijke weg, maar de afgelopen jaren

drijfstak in een corporatische samenleving. Wat bij de

hebben laten zien dat deze weg zonder institutionele

een veel grotere premiebasis. Men was slechts voor
een klein deel van de kosten verantwoordelijk.

hervormingen moeilijk begaanbaar is1 . De lage eigen risico’s kunnen rechtstreeks via wetgeving worden aangepakt via een wettelijk maximum voor aanvullende verzekeringen.
De invoering van het duale stelsel heeft op zichzelf de uitvoerbaarheid van deze tweede optie beperkt. Nu particuliere verzekeraars hun intrede op

Arbeidsongeschiktheid blijft een probleem

deze markt hebben gedaan, heeft zich een nieuwe belangengroepering aan het front gemeld. Dit zal de be-

Op grond van onze analyse valt niet te verwachten

beperken. Wij zijn in Nederland niet gewoon deze of

dat de na de recente kabinetsmaatregelen ontstane
mengvorm van een publiek en een privaat stelsel een
adequate oplossing voor de problemen met de WAO

gene belangengroep voor het hoofd te stolen. Daarom geldt dat naarmate het aantal partijen toeneemt,
het moeilijker wordt compromissen te vinden.

WAO is misgegaan, is dat de uitvoering op een lager
niveau plaatsvond dan de vaststelling van de premies. Uitvoerders hadden dientengevolge geen belang bij kostenbeheersing, omdat de kosten gemaakt
voor de eigen verzekerden werden omgeslagen over

stuurbaarheid van het stelsel in de toekomst verder

zal bieden. Mogelijk zal de herziening leiden tot iets

De grondgedachte achter het huidige beleid –

meer besef van kostenbewustzijn. Wij betogen echter

hoe groter het deel van het arbeidsongeschiktheidsri-

dat het systeem nog steeds mechanismen kent die

sico dat wordt gedekt door private verzekeringen hoe

makkelijk leiden tot een overmatig gebruik van ar-

kleiner het risico voor de overheid – is daarom geen

beidsongeschiktheidsuitkeringen. De discussie over
de ‘WAO is vermoedelijk dus nog niet afgesloten. Er
liggen verschillende optics open.
De eerste optie behelst een verdere beperking

adequaat uitgangspunt. De Amerikaanse gezond-

van het collectieve deel van de verzekering. Nu de

heidszorg geeft een afschrikwekkend voorbeeld waar
dit in een verzekeringsmarkt toe kan leiden. De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor ziektekostenverzekering volledig uit handen gegeven. Desalniette-

weg naar het hybride stelsel eenmaal is ingeslagen

min heeft zich een kostenexplosie voorgedaan, die

ligt het voor de hand om in die richting verder te

de overheid dwingt zich thans opnieuw met deze

gaan. De overconsumptie van aanvullende verzekeringen is immers het gevolg van het feit dat het risico
voor een deel verplicht verzekererd is. De overconsumptie kan dus worden verminderd door een verdere beperking van de verplichte verzekering. Door particuliere verzekeraars uit te nodigen tot de markt toe
te treden heeft men een paard van Troje binnengehaald: de concurrentiestrijd van particuliere verzekeraars op kosten van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
dwingt de overheid tot een verdere beperking van de
verplichte verzekering. Nu de vakbeweging ervaring
met aanvullende verzekeringen heeft opgedaan is het
zelfs voorstelbaar dat (delen van) de vakbeweging
deze optie zullen toejuichen. Deze verzekeringen zijn
immers een instrument voor ledenwerving.
Het nadeel van deze weg is dat dat deel van de
beroepsbevolking dat zich vanwege problemen van
averechtse selectie niet of slechts tegen exorbitante
kosten kan bijverzekeren, steeds slechter verzekerd
wordt. Dit probleem speelt vermoedelijk vooral bij
kleine bedrijven, waar de mogelijkheden voor risicospreiding via bedrijfspolissen beperkt zijn. De komende jaren zullen moeten uitwijzen hoe groot dit pro-

kwestie te bemoeien. De markt voor ziektekostenver-

ESB 23-6-1993

zekeringen kent specifieke problemen, die niet van
toepassing zijn bij arbeidsongeschiktheid15. Maar een

gewaarschuwd mens telt voor twee.
C.N. Teulings
F. van der Ploeg

12. Zie F. van der Ploeg en C.N. Teulings, op.cit., 1992, biz.
162 en verder voor een uitgebreide discussie over de gevolgen van averechtse selectie.
13. L.H.M. Aarts en Ph.R. de Jong doen hiervoor een aantal
voorstellen in Het bedrijf van de verzorgingsstaat: over taken en organisatiekarakteristieken van een doelmatig stel-

sel van sociale zekerheid, in: B.M.S. van Praag, PJ. Vos en
H.P. van Dalen, op.cit., 1992.

14. Een volledige scheiding van werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsrisico’s is ook in een volledig geprivati-

seerd stelsel onhaalbaar, zoals enige Amerikaanse anekdotes leren. (zie As plants close, injury claims raise, The New
York Times, 22 februari 1993).

15. De moeilijkheden met het beoordelen van de kwaliteit
van de dienstverlening leiden makkelijk tot een overconsumptie van zorg.

Auteurs