Ga direct naar de content

Economen praten te weinig over economieonderwijs

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: december 19 2025

Er is een groeiend besef dat in de economische wetenschap de aandacht voor onderwijs versterkt moet worden. Bij personeelsbeleid op de universiteiten gebeurt dit reeds in het kader van het programma Erkennen en Waarderen, maar ook in het publieke debat, zoals bij KVS-evenementen, moet meer aandacht naar onderwijs gaan.

In het kort

  • Universiteiten proberen onderwijs te herwaarderen, maar ook evenementen hebben een signaalwaarde.
  • Economieonderwijs stond in de afgelopen tien jaar slechts twee keer op de agenda bij KVS-evenementen.
  • De KVS zou elk jaar ten minste één sessie aan het onderwijs moeten wijden.

Via onderwijs bereiken academici jaarlijks heel wat studenten. Goed en bevlogen onderwijs helpt deze jonge mensen hun denken te vormen en te scherpen, in een cruciale fase van hun leven waarin dat het meeste verschil maakt.

Met hun onderzoek en academische papers bereiken academici daarentegen veelal een kleiner publiek. Dat is weliswaar een gerichter publiek, maar of deze impact kan opboksen tegen de invloed die onderwijs kan hebben, valt te betwisten.

De relevantie van onderwijs voor de samenleving maakt tevens dat academici steeds meer van hun tijd zijn gaan besteden aan onderwijs. Dat vooral vanwege de toename in het aantal studenten zonder dat het budget meegroeide. Rond de eeuwwisseling was het nog gebruikelijk dat academici in hun contracten een verhouding van 35/65 tussen onderwijs en onderzoek met universiteiten afspraken. Tegenwoordig is het gebruikelijk om in de contracten een verhouding van 50/50 af te spreken (Tweede Kamer, 2024). Uit een enquête van ScienceGuide (2023a) blijkt dat in de praktijk zo’n 35 procent van de werktijd van academici naar onderzoek gaat, 33 procent naar onderwijs en 31 procent naar overige taken, zoals administratie, management, het verwerven van financiering en het verzorgen van maatschappelijke relevantie.

Ondanks de groeiende tijdsbesteding aan onderwijs in de discipline, delft het in de bestuurlijke prioritering vaak het onderspit. Zo wordt volgens de enquête van ScienceGuide (2023a) onderwijs maar voor 23 procent meegewogen bij evaluaties, terwijl academici 33 procent van de werktijd eraan besteden. Onderzoek weegt daarentegen juist zwaarder bij evaluaties, met 57 procent, terwijl het deel van de werktijd vergelijkbaar is met 35 procent. Met andere woorden, het systeem biedt vooral prikkels voor goede onderzoeksprestaties en minder voor goede onderwijsprestaties.

Daarnaast moeten academici gemiddeld meer lesgeven dan zij willen. Academiebreed gaat het hierbij om een verschil van 7,5 procentpunten tussen hun contract en wens, en binnen de economische discipline om een verschil van 11,4 procentpunten (ScienceGuide, 2023a). Wederom is dit voor onderzoek omgekeerd. Zo werkt 59 procent van de academici ook vaak over om meer onderzoek te kunnen doen en ervaart 45 procent spanning vanwege de verhouding tussen onderzoek en onderwijs.

Academische economen zijn zelf ook minder positief over hun resultaten op het gebied van onderwijs. Zij beoordelen het onderwijs binnen hun vakgebied met een ruime zes (6,58) terwijl zij zichzelf voor hun onderzoeksprestaties bijna een acht geven (7,86) (­ScienceGuide, 2023b).

Binnen universiteiten probeert het programma Erkennen en Waarderen de nadruk minder te leggen op publicatiecijfers en meer op onderwijs en maatschappelijke relevantie. Onder academici leeft daarom ook de verwachting dat bij evaluaties het relatieve belang van onderwijs als gevolg van het programma zal toenemen (ScienceGuide, 2023b). Deze ontwikkeling sluit ook aan bij internationale ontwikkelingen binnen de discipline waar ook kritisch wordt gereflecteerd op de beoordeling van academische economen en de werking van toptijdschriften (Heckman en Moktan, 2020).

Maar naast het personeelsbeleid van universiteiten wordt de aandacht voor onderwijs en onderzoek ook beïnvloed door de evenementen waarop economen elkaar treffen. Die hebben een agenderende functie en een signaalwaarde. Wordt er buiten de faculteit zelden of nooit gesproken over het onderwijs, maar wel over onderzoek, dan vergroot dat het statusverschil. In dit artikel tonen wij dat er desondanks bij de evenementen van de economenvereniging KVS amper aandacht is voor onderwijs.

Onderwijs bij KVS-evenementen

Om meer zicht te krijgen op de plek van onderwijs in de economische discipline, is gekeken naar de thematiek van de sessies binnen evenementen die de KVS het afgelopen decennium (mede)georganiseerd heeft. Dit gaat om de Nederlandse Economendag, KVS New Paper Sessions, het Economencafé, het Economie Festival, de KVS Jaarlezing, het KVS Miljoenennotagesprek, de KVS Penning en de KVS Preadviezen.

We hanteren drie categorieën: onderwijs, academisch onderzoek en beleid. Sessies kunnen bestaan uit discussies in seminar-stijl met meerdere presentaties, een plenaire of keynote speech, of een panel met meerdere sprekers. In het programma van de jaarlijkse Nederlandse Economendag worden sessies in de categorieën onderzoek en beleid ingericht. Voor de andere evenementen hebben we dezelfde indeling gemaakt.

Sessies zijn onder onderwijs gerekend wanneer ze zich richten op het geven van economieonderwijs. Denk bijvoorbeeld aan sessies over de vraag welke didactiek effectief is om economische concepten aan studenten over te brengen, of hoe de inhoud van vakken vernieuwd kan worden om aan te sluiten bij veranderingen in de wetenschap en de praktijk. Sessies rondom onderzoek en overheidsbeleid op het gebied van onderwijs in het algemeen, bijvoorbeeld over het effect dat het verhogen van lerarensalarissen op het lerarentekort heeft, zijn hierbij niet gerekend onder economieonderwijs.

Figuur 1 toont dat bij KVS-evenementen tussen 2015 en 2024 het jaarlijks aandeel sessies over academisch onderzoek gemiddeld 59 procent was. Gemiddeld 40 procent van de sessies op jaarbasis ging over beleid en slechts gemiddeld 1 procent over onderwijs.

De sessies van de Nederlandse Economendag waren bijna gelijk verdeeld over onderzoek en beleid, met respectievelijk 55 en 45 procent. Bij het Economencafé, de KVS Jaarlezing, het KVS Miljoenennotagesprek, de KVS Penning en de KVS Preadviezen lag de focus meer op beleid, bij zo’n twee derde van de sessies.

Van de 466 sessies bij KVS-evenementen heeft economieonderwijs het afgelopen decennium twee keer op de agenda gestaan. In 2016 gingen de KVS Pre­adviezen over economieonderwijs – voor de presentatie daarvan werden verschillende sessies gegeven, waardoor het aandeel sessies in 2016 op 22 procent ligt, en zo het gemiddelde flink optrekt  – en in 2018 was er een ‘­early bird session’ voordat de Nederlandse Economendag geopend werd, georganiseerd door een van de auteurs van dit artikel.

Buiten de KVS om zijn er sinds enkele jaren overigens evenementen die wel geruime aandacht aan onderwijs besteden, zoals het Impact Forum, de Week van het Economieonderwijs en onderwijsevenementen van universiteiten zoals de TLC-EB Conference van de Universiteit van Amsterdam.

Advies

Wil de KVS aansluiten bij de ontwikkelingen rondom Erkennen en Waarderen, dan zullen KVS-evenementen substantiële aandacht aan het onderwijs moeten gaan besteden. Wanneer de landelijke vereniging het signaal stuurt dat sessies over onderwijs niet de moeite waard zijn om te organiseren, zal het erg lastig worden om academici van gedachten te doen veranderen dat onderwijs meer aandacht verdient.

De thematiek ligt voor het oprapen. Er zijn talloze docenten die prachtige vakken geven, zoals bijvoorbeeld opgetekend in het hoofdstuk Best Practices van de Dutch Economics Education Review 2024 (De Muijnck en Tieleman, 2024). Ook zou men, zeker in landelijke fora, kunnen uitzoomen. Welke vakgebieden en economische thema’s zijn goed gedekt in het land, en waar zitten nog strategische gaten? Hiervoor biedt de review door Onderstal en Hollanders (2016) mogelijk een aanzet. Ten slotte is er de didactiek: welke vaardigheden heeft de econoom van de toekomst nodig, in de veranderende politieke en technologische context, en wat voor heroriëntatie is er denkbaar in de manier waarop onderwijs nu wordt gegeven?

Het zou logisch zijn als de verdeling van de sessies over onderwijs, onderzoek en beleid vergelijkbaar is met de verdeling van de werktijd. Dit zou betekenen dat het aandeel van onderwijssessies van 1 naar 33 procent zou moeten gaan. Lijkt dit een te grote stap, dan is het wellicht realistischer om allereerst af te spreken om bij de KVS-conferenties als de Nederlandse Economendag en New Paper Sessions elk jaar ten minste één sessie aan het onderwijs te wijden. Op deze manier wordt gegarandeerd dat het onderwijs altijd op de agenda staat, ook al is het minimaal. Zo kunnen we samen ervoor zorgen dat onderwijs de plek in de discipline krijgt die het verdient.

Literatuur

Heckman, J.J. en S. Moktan (2020) Publishing and promotion in economics: The tyranny of the top five. Journal of Economic Literature, 58(2), 419–470.

Onderstal, S. en D. Hollanders (2016) Marktfalen in de markt voor academische economieopleidingen. In: L. Bovenberg en F. Haan (red.), Economieonderwijs: Preadviezen 2016. Amsterdam: Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, p. 151–160.

Plantenga, J. en M. Broekhuis (2023) Janneke Plantenga en Manda Broekhuis over het personeelsbeleid bij universiteiten. Artikel op www.mejudice.nl, 31 juli.

ScienceGuide (2023a) Erkennen en Waarderen geen bedreiging voor Nederlandse wetenschap. Artikel op www.scienceguide.nl, 31 mei.

ScienceGuide (2023b) Alleen bèta’s tegen Erkennen en Waarderen. Artikel op www.scienceguide.nl, 24 mei.

Tweede Kamer (2024) Parlementaire betrokkenheid bij crisisbeleid. Kamerstuk, Brief van de minister-president, 31288, nr. 587.

De Muijnck, S. & Tieleman, J. (2024) Dutch Economics Education Review 2024. The Centre for Economy Studies, oktober.

Auteurs

Plaats een reactie