Ga direct naar de content

Economen en bedrijfskundigen moeten de luiken meer openen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 22 2025

Veel economen en bedrijfskundigen verbonden aan de Nederlandse universiteiten richten zich nog steeds met name op het publiceren in internationale tijdschriften die vrijwel uitsluitend gericht zijn op andere academici binnen dezelfde disciplines. Zij missen zo de aansluiting met andere vakgebieden en met beleid en praktijk, terwijl hun kennis onmisbaar is bij de huidige maatschappelijke transities.

Urgente transitie-opgaven

Dat Nederland op verschillende domeinen, zoals klimaat, wonen en infrastructuur tegen grenzen aanloopt is bekend en baart grote zorgen. Innovatieve en slimme doorbraken, op basis van onderzoek, zijn nodig om Nederland toekomstbestendig te maken.

Die innovatieve oplossingen behelzen niet alleen technologische innovatie. Neem bijvoorbeeld de energietransitie. Technologisch is die best goed op gang gekomen met windmolens, zonnepanelen en warmtepompen. Op andere ontwikkelingen, zoals de distributie en opslag van nieuwe energiebronnen, hebben we echter minder meters gemaakt. En vernieuwingen in wetgeving, energiecontracten, organisatie en governance zijn nu pas tot stand aan het komen.

Economen nodig

De benodigde combinatie van technologische en bredere maatschappelijke innovatie vereist samenwerking in wat we vaak “innovatie-ecosystemen” noemen. Hierin worden vraag, aanbod, productiemogelijkheden en financieringsmogelijkheden op elkaar afgestemd. In zo’n ecosysteem hebben wetenschappers vanuit verschillende disciplines, ondernemers, overheden en anderen een rol.

Ook wetenschappers in economie en bedrijfskunde kunnen een belangrijke bijdrage leveren in deze multidisciplinaire en trans-disciplinaire innovatie-ecosystemen die nodig zijn door de transities. Het behoeft in ESB geen betoog dat businessmodellen, distributiemodellen, incentives voor bedrijven en consumenten om hun gedrag aan te passen, strategie, beprijzing van externe effecten, belastingmaatregelen of doorrekeningen van maatregelen een belangrijke rol hebben bij het realiseren van transities. Ook inzicht in marktwerking en concurrentie om zo vernieuwende ondernemers en bedrijven de beste kansen te geven, is van wezenlijk belang.

Te weinig aangesloten

Toch is mijn indruk dat economen en bedrijfskundigen te weinig aangesloten zijn bij deze ecosystemen, ondanks dat er zeker veel en graag geziene invloedrijke uitzonderingen zijn (die waarschijnlijk ook meer dan gemiddeld de ESB lezen). Mijns inziens wordt het gebrek aan aansluiting, waarvoor ik geen sluitend bewijs heb, veroorzaakt door zowel vraag- als aanbodfactoren.

Vraag naar economen

Economen lijken (te) weinig te worden gevraagd voor multi- en trans-disciplinaire samenwerkingen. In de beleidswereld wordt snel nogal negatief gekeken naar ons “soort”. Dat is niet het geval bij de ministeries van Financiën en Economische Zaken of het Centraal Planbureau, maar wel bij veel andere beleidsdepartementen en adviseurs. Dat is vervelend en zonde, en lijkt het gevolg van  minimaal drie misverstanden.

Ten eerste worden we vaak gezien als “het soort” dat alleen naar financiële uitkomsten kijkt. Economische groei, efficiency, rendementen: uitkomstmaten waarin veel beleidsmakers en politici zich niet herkennen. Natuurlijk kijken economen naar een breed palet aan uitkomsten, bijvoorbeeld vanuit het brede welvaartsperspectief. Toch blijft het een tamelijk hardnekkig misverstand.

Ten tweede leeft het idee breed dat ons mensbeeld nog steeds dat van de homo economicus is. Alsof gedragseconomie ons niet in staat stelt om beleid te sturen en beoordelen op gedragsverandering.

Het derde misverstand is dat ondernemers en bedrijven, ons studieobject, onvoldoende inzetten op ‘brede welvaart’. Dat ze pas een maatschappelijke bijdrage hebben als ze naast hun bedrijfsactiviteiten zich ook geldelijk en met inspanningen inzetten voor de maatschappij. En dat misverstand straalt ook op ons af.

Die onterechte en ouderwetse veronderstellingen zorgen ervoor dat we minder aan tafel zitten.

Aanbod van economen

Maar we moeten als beroepsgroep ook zelf in de spiegel kijken. Ergens in de jaren tachtig heeft onze wetenschappelijke discipline zich gerealiseerd dat we het internationale speelveld moeten betreden; dat we in internationale tijdschriften moeten publiceren. Deze doelstelling is met allerlei incentives voor wetenschappelijke carrières ondersteund. Het ging om academische “rigor” en toppublicaties. Die missie is geweldig geslaagd. In mijn tijd als voorzitter van het College van Bestuur van de VU Amsterdam (tot september 2023) merkte ik dat Economie & Bedrijfskunde vergeleken met andere vakgebieden extreem competitief is, met een grote focus op een top 5 of top 6 van tijdschriften. De VU is vast geen uitzondering.

Maar deze focus kent ook een prijs. Bijdragen aan de Nederlandse discussies telden niet meer mee, net zomin als beleidsgeoriënteerde studies. We hebben ons met onze talenten en nuttige inzichten teruggetrokken uit het Nederlandse discours en beleid. De transdisciplinariteit is daarmee grotendeels verdwenen: wij bleven binnen onze academie. Zo heeft het mij aan de eigen faculteit veel moeite en tijd gekost om waardering te krijgen voor het Amsterdam Center for Entrepreneurship dat de buitenwereld binnenhaalde en ook nog eens geld voor onderzoek, nieuwe opleidingen en relaties opleverde.

Tegelijkertijd telden vooral onze eigen toptijdschriften mee als gewaardeerde publicaties. Multidisciplinariteit was dus ook geen prioriteit. Verklaart dat misschien ook waarom we minder zichtbaar zijn bij de universiteit als geheel? Ik kan maar één rector uit onze gelederen bedenken in de afgelopen 25 jaar (Elmer Sterken, RUG); zelfs  in Rotterdam en Tilburg waar onze disciplines flagships van de universiteiten zijn, kan ik me geen econoom als rector herinneren.

Wij hebben ons wellicht onvoldoende verbonden met andere disciplines. Dat geldt ook voor mijzelf: ik heb eerlijk gezegd spijt van mijn vroeger redelijk monodisciplinaire focus binnen de academie. Hiermee heb ik ongetwijfeld studenten en promovendi niet altijd een goed voorbeeld gegeven. Juist die trans- en multidisciplinaire samenwerkingen zijn zo belangrijk om onze belangrijke bijdrage te dragen aan de maatschappelijke transities.

Breder erkennen en waarderen

Het zal een lange adem vergen om ons naar buiten transdisciplinair en multidisciplinair te positioneren, en zo meer bij te dragen aan de belangrijke transities én de beeldvorming te veranderen. Graag spreek ik mijn oprechte bewondering uit voor het Impactforum van de decanen Economie en Bedrijfskunde dat zich inzet voor precies deze omslag.

Ik zie een paar wegen vooruit. Ten eerste kunnen er via ‘Erkennen en waarderen’ – een breed gedragen programma in de Nederlandse universiteiten om carrièrepaden meer verscheiden te kunnen maken – incentives worden gegeven voor het naar buiten treden ten behoeve van meer impact. Zo zouden bestuurders trans- en multidisciplinariteit kunnen belonen, bijvoorbeeld door het extra belonen van deelname aan consortia en netwerken, beleidswerk, ondernemerschap en innovatie.  

Ook het overal uitdragen van onze professie en hoe die bijdraagt aan transities ten behoeve van de welvaart en weerbaarheid zou een activiteit moeten zijn die breed gewaardeerd wordt, zodat onze bijdragen gezien en gevraagd worden. Dat kan in de media, via het onderwijs en via alumni. Het helpt ook om te investeren in sterke alumninetwerken. Door alumni met bepaalde prestaties in het zonnetje te zetten, creëer je ambassadeurs van onze opleidingen en inzet. Toen we bij het Amsterdam Center for Entrepreneurship ondernemende alumni het podium gaven en betrokken bij de universiteit, deed dat echt wat, aan alle kanten.

Tot slot kan ‘impact maken’ een verplicht onderdeel zijn van de opleiding die academische economen volgen. Laat iedereen in het verlengde van de “Basiskwalificatie Onderwijs” ook een verplichte “Basiskwalificatie Impact” halen.

Met dit soort maatregelen als onderdeel van het programma ‘Erkennen en Waarderen’’ beïnvloeden we het gedrag, de selectie en het behoud van academici die zich kunnen en willen inzetten voor vernieuwingen die bijdragen aan transities. En dan zouden die lelijke misverstanden toch ook langzaam moeten verdwijnen?

Auteur

  • Mirjam van Praag

    Hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie

Categorieën

Plaats een reactie