
Dure geneesmiddelen (DGM) worden vaak genoemd als een belangrijke oorzaak van de stijgende zorguitgaven. Voor medisch specialistische zorg is één totaalbudget beschikbaar, waardoor de veronderstelling ontstaat dat hogere uitgaven aan geneesmiddelen ten koste gaan van overige ziekenhuiszorg. De cijfers laten echter een ander beeld zien: de uitgaven aan geneesmiddelen nemen wel toe, maar de overige uitgaven binnen de medisch specialistische zorg (MSG) stijgen harder.
De meeste geneesmiddelen worden in rekening gebracht als onderdeel van de behandeling (dbc-zorgproduct). Een beperkt aantal middelen wordt vanwege de hoge prijs apart gedeclareerd; deze vallen onder de categorie DGM. Binnen deze groep onderscheiden we middelen met concurrentie (generieken en biosimilars) en middelen zonder concurrentie (monopoliegeneesmiddelen). Na het patentverloop dalen de prijzen van DGM’s vaak door toenemende concurrentie, maar het middel blijft formeel een DGM totdat de Nederlandse Zorgautoriteit besluit het opnieuw binnen het dbc-tarief op te nemen.
De figuur laat zien dat de totale uitgaven aan DGM de afgelopen jaren weliswaar zijn gestegen, maar dat de uitgaven aan overige MSZ sneller toenamen. Dit komt mede door de hoge inflatie, die de prijsindex van de MSZ opdreef, en door volumegroei in het aantal behandelingen.
De ontwikkeling van de DGM-uitgaven verloopt anders: deze nemen toe wanneer nieuwe dure middelen worden geïntroduceerd en dalen weer zodra patenten vervallen en goedkopere alternatieven beschikbaar komen. Hierdoor blijft de totale groei van de DGM-uitgaven beperkter dan die van de overige MSZ-uitgaven.
Dat dure geneesmiddelen dé motor achter de stijgende zorguitgaven zouden zijn, is dus een misverstand. In werkelijkheid blijkt dat geneesmiddelen wel bijdragen aan de uitgavengroei, maar dat hun relatieve aandeel beperkt blijft. De structurele druk op het zorgbudget komt vooral door volumegroei en prijsstijgingen in de overige uitgaven aan medisch specialistische zorg. Het blijft uiteraard wel belangrijk om de DGM-uitgaven goed te monitoren, omdat nieuwe dure middelen het beeld in de toekomst wél kunnen veranderen.
Auteur
Categorieën