Ga direct naar de content

Doorrekening toont ambitie kabinet-Jetten, maar niet op productiviteit

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 18 2026

Een nieuw macro-economisch model, waarin productiviteit meer centraal staat dan tot nog toe gebruikelijk, toont de effecten van het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Wat is het verwachte groeipad op korte en middellange termijn en hoe staat het met de houdbaarheid van de overheidsfinanciën?

Wie zich beperkt tot de beleidsvoornemens van Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz en Henri Bontenbal, laat de cijfers voor wat ze zijn en neemt alleen kennis van ‘Aan de slag’ (Jetten et al, 2026). Daarin staan vooral op overtuiging gerichte woorden over wat Nederland te wachten staat. Is echter een cijfermatige onderbouwing van het verhaal gewenst, dan moet de ‘budgettaire tabel’ erbij worden gepakt. In dit blog gebruiken wij de budgettaire tabel als input voor een macro-economisch model, geschat met jaarcijfers tussen 1969 en 2022, en tonen we de economische effecten van het regeerakkoord.

Modellering

Het model waarmee wij de beleidsvoornemens van het aankomende kabinet hebben doorgerekend, is grotendeels vergelijkbaar met de modellen van het CPB (Bettendorf et al, 2021) en de Nederlandsche Bank (Berben et al, 2018). Overheidsconsumptie, overheidsinvesteringen, particuliere consumptie, uitvoer en wederuitvoer, invoer enzovoorts, zijn er allemaal in te vinden.

Nieuw in ons model is, onder andere, het winst-maximaliserende gedrag van ondernemingen, onder voorwaarde van een productietechnologie waarin naast arbeid en privaat kapitaal ook de infrastructuur een rol van betekenis speelt. De veronderstelling van winstmaximalisatie komt tot uitdrukking in marktmacht van binnenlandse bedrijven versus hun buitenlandse concurrenten (invoer). Eveneens nieuw ten opzichte van de genoemde beleidsmodellen zijn de vergelijkingen voor respectievelijk de sociale uitkeringen, het arbeidsaanbod en de lange rente. Deze nieuwe aspecten geven het model op bepaalde bestandsdelen een geheel eigen dynamiek en stellen ons in staat om fijnmaziger op de invloed van beleid op productiviteit in te zoomen. Het model is op aanvraag beschikbaar bij de auteurs.

Budgettaire tabel als input

We gaan ervanuit dat de budgettaire tabel bij het coalitieakkoord (Jetten et al., 2026) het economische en financiële beleid van het nieuwe kabinet weerspiegelt. Tabel 1 vertaalt deze budgettaire tabel naar inputs van ons macro-economische model. Als we deze inputs aan ons model toevoegen, ontstaat een beeld van de effecten van de beleidsvoornemens. Tabel 2 geeft die weer.

Noot: De online bijlage vertaalt de budgettaire tabel naar modelinputs.

Resultaten en duiding

In eerste instantie lijken de uitkomsten alleszins acceptabel. Bijna alle effecten in deel A van tabel 2 zijn positief. Vooral de ontwikkeling van het reële bruto binnenlandse product (bbp) overtuigt. Ook het beloop van de reële particuliere consumptie is aanvankelijk bevredigend, dankzij de enorme impuls in de materiële overheidsconsumptie. Alleen in het laatste jaar van de regeerperiode hebben de maatregelen een negatief effect op de consumptieve bestedingen. De private investeringen doen het buitengewoon goed, wat in lijn is met de positieve ontwikkeling van de nettowinst van bedrijven. Kennelijk heeft het bedrijfsleven weinig last van offers in de vorm van vrijheidsbijdragen. Afgezien van het eerste jaar, betalen huishoudens twee keer zoveel vrijheidsbijdragen als werkgevers: 3,4 miljard versus 1,7 miljard euro’s. De enige negatieve kant is de zeer duidelijke verslechtering van het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans (uitvoer minus invoer). Dit wordt vooral veroorzaakt door de achteruitgang van de prijsconcurrentie met het buitenland. Maar over het geheel genomen, zal aanvankelijk een gevoel van opluchting overheersen, in het bijzonder bij bedrijven.

Toch is een zekere tempering van het optimisme geboden. Zie daarvoor deel B van de tabel. Met de resultaten voor het financieringstekort en de overheidsschuld kun je – zolang de uitgangspunten geldig blijven – rustig naar Brussel afreizen. Weliswaar stijgen de tekort- en schuldratio’s over de regeerperiode, maar per saldo blijft de begroting binnen de strakke normen van de Minister van Financiën. Minder geruststellend is de vertraging in de toename van de bestedingen, wat zich vooral manifesteert in de ontwikkeling van de groeivoet van de reële consumptie. In het eerste jaar stijgt deze met bijna 3 procentpunt, maar in de volgende drie jaren levert de reële consumptie stevig in. Na vier jaar wordt er zelfs minder geconsumeerd dan op het beleids-neutrale basispad. Dit heeft te maken met de hogere inflatie, die verantwoordelijk is voor de fors negatieve groei van het beschikbare gezinsinkomen in het laatste jaar. Ook de sterk toegenomen belastingen van vooral huishoudens beginnen hier hun tol te eisen. Bijgevolg stijgt de werkloosheid met uiteindelijk ruim 0,6 procentpunt. Overigens is bij dit laatste niet meegenomen dat extra militairen een drukkende werking op het werkloosheidspercentage en daarmee een opwaarts effect op de loonontwikkeling heeft. Daarvoor is dit perspectief vooralsnog te onzeker (Jetten et al, 2026, blz. 31, spreken over minimaal 122.000 mensen).

Verder is het een feit dat lang niet alle infrastructurele wensen vervuld kunnen worden met een relatief klein potje (1,5 miljard euro totaal). Onlangs is berekend dat alleen al voor achterstallig onderhoud aan bestaande infrastructuur 2 miljard euro per jaar extra nodig zijn (FD, 2025).

Conclusie

Het nieuwe kabinet heeft plannen gepresenteerd die qua ambitieniveau een stuk verder gaan dan die van zijn voorgangers, zonder de randvoorwaarde van solide begrotingsbeheer uit het oog te verliezen. Dat verdient waardering. Niettemin kan ook een aantal duidelijke minpunten worden geïdentificeerd: ten eerste, de duidelijke verslechtering van de internationale concurrentiepositie, wat bijna geheel op het conto van hogere binnenlandse inflatie kan worden geschreven; ten tweede, de teleurstellende poging iets substantieels te doen aan achterstallig onderhoud van infrastructuur, waardoor de productiviteitsstijging achterblijft bij wat wenselijk wordt geacht; ten derde, regeren is een kwestie van kiezen: als je meer van het één wilt (bv. infrastructuur), zul je op andere posten bezuinigingen moeten accepteren. Wat dat betreft, valt er nog een wereld te winnen.

Literatuur

Berben, R.P., I. Kearney en R. Vermeulen (2018), DELFI 2.0, DNB’s Macroeconomic Policy Model of the Netherlands, The Occasional Studies, Volume 16–5, De Nederlandsche Bank N.V.

Bettendorf, L., S. Boeters, A. van der Horst, H. Kranendonk en L. Verstegen (2021), Saffier 3.0: Technical Background, CPB Background Document.

FD (2025), Om bruggen en wegen te onderhouden zijn miljarden nodig, maar het budget is platgewalst, 19 oktober 2025.

Jetten, R.A.A., D. Yeşilgöz-Zegerius en H. Bontenbal, Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland, Coalitieakkoord 2026-2030, D66, VVD en CDA, 30 januari 2026. https://www.kabinetsformatie2025.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2026/01/30/aan-de-slag—coalitieakkoord-2026-2030/coalitieakkoord-d66-vvd-cda.pdf

Auteurs

  • Job Swank

    Voormalig directielid bij De Nederlandsche Bank

  • Nico van der Windt

    Voormalig directeur Erasmus Research and Business Support

Categorieën

Plaats een reactie