Directeur-grootaandeelhouders kunnen belasting uitstellen via dividendplanning en door te lenen van de bv. De invoering van het tweeschijvenstelsel in box 2 in 2024 en de Wet excessief lenen in 2023 maakten dit minder aantrekkelijk. Hoe hebben de directeur-grootaandeelhouders op deze belastingwijzigingen gereageerd?
In het kort
- Door anticipatie op een hoger box 2-tarief hebben directeur-grootaandeelhouders meer dividend uitgekeerd gekregen.
- Vlak voor de Wet excessief lenen inging, werden er massaal leningen afgelost om een hogere belastingheffing te vermijden.
- Hervormingen kunnen ook in de toekomst de belastingafdracht beïnvloeden.
Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) zijn werkzaam in een besloten vennootschap (bv) of naamloze vennootschap (nv) waarin zij minimaal vijf procent van de aandelen bezitten. Hierdoor vallen zij onder een bijzonder fiscaal regime waarin drie belastingen samenkomen: de vennootschapsbelasting (vpb) over de winst van de bv, de inkomstenbelasting in box 1 over het loon dat zij zichzelf (moeten) uitkeren, en de inkomstenbelasting in box 2 over het inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en de verkoop of vervreemding van de onderneming.
Door dit bijzondere fiscale regime hebben dga’s veel vrijheid in de manier en het moment waarop zij winst uit hun bv naar hun privébezit halen. Dga’s kunnen zich van inkomen voorzien door zichzelf een gebruikelijk loon of dividend uit te keren (MinFin, 2020; SEO, 2025), of door te lenen van hun eigen bv, waardoor dga’s beschikken over middelen uit de vennootschap voor privé-investeringen, de financiering van een eigen woning of voor consumptie.
Omdat dga’s zelf invloed hebben op de hoogte en het moment van hun dividenduitkeringen en lening, hebben ze de ruimte om de belastingdruk te spreiden of uit te stellen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid tot belastingplanning en uitstelgedrag, wat leidt tot latere en lagere belastinginkomsten voor de overheid (Rijksoverheid, 2024).
Eerder onderzoek laat zien dat dga’s sterk reageren op verandering in het box 2-tarief. In 2007 leidt een tijdelijke verlaging van dat tarief over het eerste inkomen tot een flinke toename in dividenduitkeringen (Bettendorf et al., 2017). Een vergelijkbare reactie treedt op in 2014, wanneer dezelfde tijdelijke tariefsverlaging zorgt voor meer dan een verdrievoudiging van het jaarlijks uitgekeerde dividend (Bosch en Lejour, 2017). Ook bij een tegengestelde prikkel zien we gedragseffecten: in aanloop naar de tariefsverhoging in 2020 keren dga’s in 2019 massaal extra dividend uit, om een hoger belast dividend in de toekomst te voorkomen. Het totaal uitgekeerde dividend stijgt van 9 miljard euro in 2018 naar 21 miljard euro in 2019 (De Jong, 2020).
De recente beleidswijzigingen zijn van een andere aard dan de tariefwijzigingen die eerder hebben plaatsgevonden, waardoor er andere prikkels ontstaan. In plaats van een reguliere verhoging of verlaging is er in box 2 een tweeschijvenstelsel ingevoerd en is er een wet ingevoerd om excessief lenen uit het eigen bedrijf door dga’s te beperken.
In dit artikel laten we zien tot welke gedragsreacties deze nieuw ingevoerde maatregelen hebben geleid. Dit doen we door te kijken naar de periode voor de invoering in 2024 van het tweeschijvenstelsel in box 2 en rondom de invoering van een beperking op het lenen uit de eigen bv in 2023. Hiervoor gebruiken we aangiftedata van dga’s uit 2023, die begin 2025 zijn verkregen.
Box 2 en lenen van bv
Per 2024 is het tweeschijvenstelsel in box 2 ingevoerd. Over de eerste 67.000 euro aan inkomen uit een aanmerkelijk belang geldt een tarief van 24,5 procent en over het meerdere een tarief van 33 procent (Rijksoverheid, 2022). Dit betekent dat het tarief over het eerste deel vanaf 2024 lager ligt dan in 2023, toen voor het gehele box 2-inkomen nog een tarief van 26,9 procent gold. Daarmee loont het voor de dga om vanaf 2024 jaarlijks tot 67.000 euro uit te keren. Dga’s die verwachtten structureel meer dan 67.000 euro per jaar uit te keren, hadden daarentegen belang bij het naar voren halen van uitkeringen in 2023, toen nog het uniforme tarief van 26,9 procent van kracht was.
Ook is in 2023 de Wet excessief lenen van kracht geworden (Belastingdienst, 2026). De wet stelt een maximum aan het bedrag dat een dga van de vennootschap mag lenen zonder in box 2 belasting te hoeven betalen. Eigenwoningschulden zijn hierbij uitgezonderd. Het maximum bedroeg eerst 700.000 euro en is in 2024 verlaagd naar 500.000 euro. Als het totaal van de leningen boven het maximum uitkomt, wordt het meerdere belast in box 2. Dit wordt gezien als een fictief voordeel in box 2 en wordt op die manier in 2023 tegen een tarief van 26,9 procent belast, en vanaf 2024 via het tweeschijvenstelsel.
Beide wijzigingen geven dga’s fiscale prikkels om in 2023 dividend uit te keren en leningen af te bouwen.
Nieuw tarief box 2
Er lijkt sprake van anticipatie op het tweeschijvenstelsel per 2024: er is een duidelijke verhoging van het totale bedrag aan uitgekeerd dividend in 2023 (figuur 1). Daarnaast zien we dat het gemiddelde uitgekeerde bedrag meer dan verdubbelt. Het gaat hier om een relatief kleine groep dga’s die een relatief groot bedrag aan dividend uitkeren. Dit zijn met name dga’s met grote geaccumuleerde winsten in de bv. Dga’s die hun winst meer spreiden en jaarlijks binnen de eerste tariefschijf kunnen blijven, stellen hun uitkeringen waarschijnlijk uit om te profiteren van het lagere tarief dat vanaf 2024 geldt. Een deel van de grondslag in box 2 in 2023 bestaat uit leningen die boven de 700.000 euro uitkomen. Deze excessieve leningen worden via box 2 belast.

Tussen 2013 en 2023 keren dga’s in totaal circa 115 miljard euro aan dividend uit, waarvan ongeveer 45 miljard euro in de piekjaren 2019, toen er ook sprake was van een belastingverhoging (De Jong, 2020), en 2023. Zulke sterke reacties zijn alleen mogelijk omdat veel dga’s aanzienlijke winsten binnen hun bv hebben opgepot. Hierdoor kunnen zij de timing van dividenduitkeringen strategisch afstemmen op fiscale voordelen. Dit gedrag heeft een nadelige invloed op de belastingopbrengsten: enerzijds omdat de heffing wordt uitgesteld en anderzijds omdat winsten tegen lagere belastingtarieven worden uitgekeerd.
Het tweeschijvenstelsel lijkt een rem op belastingplanning en uitstelgedrag te zetten: het wordt fiscaal aantrekkelijk om jaarlijks tot 67.000 euro dividend uit te keren. Dat bevordert een stabielere en meer regelmatige belastingafdracht in box 2 – weliswaar tegen een lager tarief dan in 2023, maar wel over een bredere basis. Dit stelsel zorgt dus naar verwachting voor een meer structurele gedragsverandering dan de incidentele reacties die plaatsvinden bij enkel een wijziging van de belastingtarieven.
Excessief lenen
In 2023 lossen dga’s in totaal ongeveer 4,9 miljard euro aan leningen af op een totaalbedrag aan leningen van 24 miljard euro in 2022 (tabel 1). Dat is aanzienlijk meer dan in 2022 toen 2 miljard euro werd afgelost. En de mate waarin dga’s nieuwe leningen aangaan, neemt af ten opzichte van het jaar vóór invoering van de wet. Voor het eerst in jaren is het saldo van leningen negatief: er worden dus meer leningen afgelost dan afgesloten.
Door het aflossen van leningen vloeien middelen terug naar de onderneming, waardoor ondernemers deze middelen uiteindelijk weer als dividend moeten onttrekken als zij er privé over willen beschikken. In dat geval betalen zij alsnog box 2-belasting.
Het totale bedrag aan leningen dat boven de 700.000 euro uitkomt, halveert tussen 2022 en 2023. Toch blijft eind 2023 nog ongeveer 3,2 miljard euro aan leningen boven de 700.000 euro open staan. Een deel van de dga’s kiest er dus voor de lening aan te houden, ondanks dat deze leningen in box 2 worden belast. Dit zien we ook terug in de beperkte afname van het aandeel dga’s met een lening boven deze grens: dit daalt slechts van 7,9 naar 5,5 procent.
Een mogelijke verklaring voor het behouden van de lening is dat openstaande leningen aftrekbaar zijn van het vermogen in box 3, waardoor het voor sommige dga’s aantrekkelijk blijft om de lening aan te houden. Daarnaast zal een deel van de leningen eigenwoningschuld betreffen, die vrijgesteld is in de Wet excessief lenen.
Conclusie
Dga’s reageren ook bij het tweeschijvenstelsel in box 2 en de Wet excessief lenen sterk op fiscale prikkels. Beide wijzigingen lijken ervoor gezorgd te hebben dat dga’s in 2023 fors meer belasting hebben afgedragen.
De verwachting is dat beide hervormingen het patroon van belastingafdracht ook in de toekomst structureel zullen beïnvloeden. Enerzijds komt dit doordat dga’s de prikkel hebben jaarlijks tot de grens van de eerste schijf dividend uit te keren, maar niet daarboven. Anderzijds hebben zij nog maar beperkte ruimte om onbelast te lenen van de bv, doordat excessieve leningen automatisch in box 2 worden belast. Ook de gelden die zijn gebruikt om de leningen af te lossen, worden uiteindelijk in box 2 belast als de dga hier privé over wil beschikken.

Literatuur
Belastingdienst (2026) Excessief lenen van bv beperkt vanaf 2023. Belastingdienst Bericht.
Bettendorf, L., A. Lejour en M. van ’t Riet (2017) Tax bunching by owners of small corporations. De Economist, 165(4), 411–438.
Bosch, N. en A. Lejour (2017) Fiscaliteit en de rechtsvorm van ondernemingen. CPB Policy Brief, 2017/12.
Jong, T. de (2020) Ondernemers anticiperen op verhoging box 2-tarief. Kort op esb.nu, 21 juli.
MinFin (2020) Bouwstenen voor een beter belastingstelsel. Ministerie van Financiën. Te vinden op www.rijksfinancien.nl.
Rijksoverheid (2022) Belastingplan 2023: Belasting op arbeid en vermogen meer in balans. Rijksoverheid Nieuwsbericht, 20 september.
Rijksoverheid (2024) Belastingen in maatschappelijk perspectief: Bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelsel. Rijksoverheid Rapport, 1 februari.
SEO (2025) Draagt de dga zijn steentje bij? Evaluatie gebruikelijkloonregeling. SEO Rapport, 2025-76.
Auteurs
Categorieën