Ga direct naar de content

Directe beleggingen Nederlanders blijven achter bij EU-gemiddelde

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 12 2025

Nederlandse huishoudens belegden op individuele basis per eind 2024 186 miljard euro in beursgenoteerde aandelen, obligaties en beleggingsfondsen. Dit is een relatief klein bedrag vergeleken met de 620 miljard euro die werd aangehouden in bankdeposito’s en contanten. Uit de figuur blijkt dat het aandeel individuele beleggingen 23 procent van de liquide financiële activa van huishoudens bedroeg. Dit is niet alleen veel lager dan in landen als Zweden en de Verenigde Staten, ook ligt dit onder het EU-gemiddelde (36 procent). Wanneer ook indirect aangehouden beleggingen worden meegerekend, inclusief de 1.837 miljard euro aan collectieve beleggingen door verzekeraars en pensioenfondsen, behoren Nederlanders juist tot de grootste beleggers.

Tussen Europese landen onderling zijn de verschillen groot. Zo varieert het aandeel beleggingen van slechts 6 procent in Ierland tot 58 procent in Zweden en Hongarije. In de VS ligt dat aandeel hoger dan overal in de EU.

Oorzaken van deze verschillen in beleggingsgedrag zijn divers en omvatten institutionele, fiscale/financiële en culturele factoren. Zo verklaart een hoge risicoaversie ten gevolge van de financiële crisis van 2008 de lage Ierse beleggingsgraad. De Zweedse beleggingscultuur wordt gezien als het resultaat van actief en langjarig stimulerend beleid.

Ook het Nederlandse cijfer wordt beïnvloed door nationale kenmerken, zoals de in internationaal perspectief hoge hypotheekschuld en het daaraan verbonden spaarvermogen en het kapitaalgedekte collectieve pensioenstelsel.

De Europese Commissie (EC) presenteerde in september een aanbeveling om particuliere beleggingen te bevorderen en barrières voor het beleggen tussen EU-lidstaten weg te nemen. Daarmee biedt ze perspectief voor Europese huishoudens, en maakt ze meer risicodragend kapitaal beschikbaar voor Europese bedrijven. Wil deze aanbeveling slagen, dan moeten deze beleggingen wel ten goede komen aan Europese bedrijven. Het is aan de nationale lidstaten om met concrete invulling van deze aanbeveling te komen. Getoonde cijfers tonen dat er bij veel lidstaten potentieel ligt, waaronder Nederland.

Auteur

Plaats een reactie