Ga direct naar de content

Defensie-inkoop moet strategischer

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 15 2026

De toenemende dreiging vanuit Rusland en minder vanzelfsprekende Amerikaanse steun nopen tot een snelle opschaling van de Europese defensie-industrie. De huidige manier van defensie-inkoop op basis van losse acquisities is niet meer voldoende om onze veiligheid te waarborgen. Nederland moet samen met zijn bondgenoten een strategisch defensie-inkoopbeleid vormgeven.

In het kort

  • Defensie-inkoop moet van losse acquisities naar doorlopende relaties en van technisch naar functioneel specificeren.
  • De opschaling kan worden versneld door bestaande technologieën uit civiele industrieën verder te ontwikkelen.
  • Inkoopcoördinatie en -samenwerking in de EU zijn cruciaal om vraagcompetitie te voorkomen en industrieën te sturen.

De toenemende dreiging vanuit Rusland en het wegvallen van Amerikaanse garanties vragen om een snelle opschaling van de Europese defensiecapaciteit. Terwijl Europa eerder kon rekenen op Amerikaanse capaciteit, zal het de militaire slagkracht nu in toenemende mate zelf moeten borgen. Hiertoe zijn de defensie-investeringen in Europa de afgelopen jaren nagenoeg verdubbeld. Circa tachtig procent van deze investeringen betreft de inkoop van materieel (European Defence Agency, 2025).

De Europese defensie-industrie mist echter nog de schaal om de groei van de vraag bij te kunnen benen, waardoor vooralsnog het aandeel defensie-inkopen vanuit de VS toeneemt (Johnson, 2025). Dat maakt de toelevering kwetsbaar.

Wil Defensie doorlopend kunnen beschikken over voldoende materieel dat ook technologisch opgewassen is tegen dat van mogelijke tegenstanders, dan zal zij de inkoop zo moet inrichten dat hiermee zowel continue leveringszekerheid als technologische actualiteit – of liefst superioriteit – wordt gewaarborgd. In combinatie met de schaarse productiemiddelen maakt dit de lang gehanteerde aanpak van incidentele inkoop tegen de laagste prijs niet langer toereikend.

In plaats van losse acquisities op operationeel of hooguit tactisch niveau, zal Defensie toe moeten naar toeleveringsmanagement, een meer doorlopende en strategische activiteit (Kraljic, 1983; Schotanus en Grandia, 2023). Dat vraagt om een andere aanpak dan de incidentele werkwijze die lang is gehanteerd (Tweede Kamer, 2025). Een aanpak die, naast weerbaarheid op korte termijn, nadrukkelijker is gericht op strategische autonomie en innovatie, en daarmee ook de ontwikkeling van Europese defensie-industrie voor ogen heeft. In dit artikel leg ik uit hoe Nederland zijn defensie-inkoop strategischer kan organiseren.

Functionele specificaties

Defensie zal meer moeten inkopen op basis van functionele specificaties, waarbij ze de technologische verschuiving meegeeft in de probleemomschrijving (Edquist en Zabala-Iturriagagoitia, 2021). Op bepaalde vlakken, zoals bijvoorbeeld dronetechnologie of software, verandert de technologie in hoog tempo, waardoor ook de inkoopbehoefte snel verandert. De gebruikelijke manier van inkopen, waarbij tanks of gevechtsvliegtuigen worden besteld op basis van technische specificaties, past niet bij een context die snel verandert; tegen de tijd dat materieel wordt geleverd, is deze mogelijk achterhaald. Anders dan een tank met een bepaald vermogen of kaliber zal inkoop moeten vragen om een functie, zoals het vermogen om de komende tien jaar het luchtruim op een gegeven locatie te beschermen. Zulke functionele specificaties kunnen naast drones bijvoorbeeld ook softwarediensten, trainingstijd, feedbackcycli en de vervanging van materieel omvatten.

Doorlopende partnerschappen

Bij het gebruik van doorlopende functionele specificaties is Defensie vooral gebaat bij het aangaan van (lange­­­termijn-)partnerschappen met leveranciers via raam­overeenkomsten, en minder bij incidentele inkooporders. Hoewel raamovereenkomsten momenteel een wettelijke maximale looptijd van acht jaar hebben, bieden ze de benodigde contractuele ruimte voor de doorontwikkeling van technologieën; er is meer ruimte voor feedbackcycli tussen opdrachtgever en opdrachtnemers, en meerdere complementaire aanbieders kunnen worden betrokken voor een ‘coöpetitieve’ samenwerking (Bacon et al., 2020). Zo kan Defensie naast de hoofdleverancier ook een innovatieve start-up bij een raamovereenkomst betrekken, om een specifiek technologisch component te ontwikkelen.

De opschaling kan overigens worden versneld door defensie-­inkopen te richten op bestaande of nog onderontwikkelde dual-use-oplossingen via bestaande capaciteit in civiele industrieën. Dual-use-oplossingen omvatten goederen, software en technologieën die zowel voor civiele als militaire doeleinden inzetbaar zijn, bijvoorbeeld encryptiesoftware, drones, trucks en navigatiesystemen. Nederland is gespecialiseerd in bepaalde dual-use-­oplossingen en complexe goederen die voor defensie relevant zijn – namelijk maritieme technologie, sensoren, cybersecurity en hightechsystemen (De Leeuw et al., 2026; in dit dossier). Daarnaast zou de opschaling en ontwikkeling van deze dual-use-­oplossingen en civiele industrieën mogelijk een hoger sociaal rendement opleveren, omdat ze ook in vredestijd van nut zijn.

Zicht op toeleveringsketens

Toeleveringsmanagement vraagt ook om een meer strategische omgang met de schaarste van grondstoffen en andere risico’s in toeleveringsketens. Veel benodigde grondstoffen of digitale dienstverlening komen uit landen buiten de EU (zoals de Verenigde Staten) of zelfs buiten de NAVO (zoals Kazachstan, Myanmar en China), waardoor een zekere mate van leveringsonzekerheid en afhankelijkheid onvermijdelijk is. Om leveranties te waarborgen zou Defensie meer invloed kunnen uitoefenen op toeleveringsketens, bijvoorbeeld door de fysieke en digitale kwetsbaarheid van bedrijven zwaarder mee te wegen in inkoopbeslissingen. Op de lange termijn kan dat een impuls geven aan de ontwikkeling van beter keteninzicht en oplossingen met minder leveringsrisico’s. Totdat die alternatieven beschikbaar zijn, kan Defensie (raam)overeenkomsten sluiten met meerdere leveranciers, die verschillende toeleveringsketens en risico­profielen hebben.

Europese samenwerking

Op termijn is een cruciaal aspect van strategisch inkopen de inkoopsamenwerking en -coördinatie met (Europese) bondgenoten. Zonder afstemming riskeren Europese landen tegen elkaar op te bieden bij producenten, wat hun onderhandelingspositie verzwakt. Door inkoop­samenwerking kan vraagcompetitie deels worden voorkomen. Vraagcompetitie maakt het voor individuele landen, en vooral voor kleinere landen als Nederland, moeilijker om leveringszekerheid en technologische actualiteit te garanderen. Het beperkt de mogelijkheden om er meerdere leveranciers met verschillende risicoprofielen op na te houden, die op afroep beschikbaar zijn en bereid zijn om coöpetitief samen te werken. Daarnaast kan vraagcompetitie leiden tot marktkracht en prijsverhogingen van leveranciers, wat ten koste zou gaan van de gerealiseerde weerbaarheid.

Gegeven de industriële complementariteit en gedeelde dreiging van Europese bondgenoten zou inkoopsamenwerking en -coördinatie voor de hand liggen. Hoewel hier ook voorbeelden van te vinden zijn, lijkt de defensie-inkoop binnen Europa toch hoofdzakelijk nationaal georiënteerd te zijn. Volgens de European Defence Agency (2025) wordt er weinig over de nationale grenzen ingekocht.

Hoewel er ook successen zijn, lopen Europese inkoopsamenwerkingen vaak stroef. Naar verluidt doordat strategische autonomie vooral wordt geïnterpreteerd in het kader van nationale industriële belangen en minder vanuit gedeelde weerbaarheid. Een recent voorbeeld is het Frans-Duits-Spaanse project ‘Future Combat Air System’, dat strandde ondanks een rolverdeling naar de relatieve industriële krachten van de betrokken landen (Lunday et al., 2026; The Economist, 2026). Ook in Nederland was er twee jaar geleden weerstand bij de inkoop van Franse onderzeeboten, ook al wordt veel werk gedaan door Nederlandse onderaannemers (Tweede Kamer, 2024). Deze stroeve omgang met bondgenoten ondermijnt het vermogen om de defensie-industrie eenduidig aan te sturen en dat gaat daarmee ten koste van de snelheid waarmee deze kan opschalen en ontwikkelen, hetgeen ook de weerbaarheid onder druk zet.

Om meer Europese inkoopsamenwerking en -coördinatie te stimuleren, gaat de EU vanuit het recent aangenomen Europese defensie-industrieprogramma financiële steun bieden voor gezamenlijke defensie-inkopen van lidstaten, met als voorwaarde dat minstens vijfenzestig procent van de waarde van de componenten in de Europese Economische Ruimte wordt geproduceerd (Raad van de EU, 2025). Hoewel het programma met 1,5 miljard euro niet heel omvangrijk lijkt, kan het alsnog meer Europese defensie-inkoop stimuleren, omdat de structurele toename van de defensie-uitgaven in veel landen de nationale begrotingen vanaf 2028 onder druk zet (Croitorov et al., 2025), waardoor gezamenlijke inkoop financieel aantrekkelijker wordt.

Ook zonder volledige inkoopsamenwerking kan er door middel van inkoopcoördinatie een sterke impuls worden gegeven aan de ontwikkeling van de Europese industrie en innovatie. Door de inkoopvraag te uniformeren en te bundelen, kunnen defensiecoalities de slagkracht opbouwen die nodig is om een Europese defensie-industrie te vormen die innovatief is en wereldwijd competitief vooroploopt. De specifieke vraag op grote schaal die hierdoor wordt gecreëerd, versnelt de ontwikkeling van nog niet-bestaande oplossingen en stimuleert de opschaling en doorontwikkeling van opkomende oplossingen (Edler en Georghiou, 2007; Bleda en Chicot, 2020). Naast de impuls kan de uniformering van de Europese inkoopvraag ook bijdragen aan de interoperabiliteit van het materieel, wat de inzetbaarheid ervan ten goede komt.

Conclusie

De huidige geopolitieke context vraagt om een andere benadering van defensie-inkoop. Eentje die minder gebaseerd is op losse acquisities en meer op strategisch toeleveringsmanagement, dat doorlopende leveringszekerheid en technologische actualiteit borgt. Strategische autonomie is een belangrijk doel, maar moet minder gaan over nationale industrieën en meer over de gedeelde belangen met bondgenoten.

Voor Nederland betekent de strategische inkoopbenadering dat het zich bij de opschaling van de defensie-­industrie richt op (civiele) domeinen waarin het gespecialiseerd is en voor het overige zo veel mogelijk bij en samen met (Europese) bondgenoten inkoopt. Instrumenten als het European Defence Industry Programme bieden hiervoor een eerste aanzet, maar vergen dat ook bondgenoten hun nationale industriële belangen ondergeschikt maken aan de collectieve opgave. Hierin ligt voor de politiek een ondersteunende opgave.

Naast het spreiden van acute toeleveringsrisico’s scheppen doorlopende partnerschappen ruimte om innovatieprocessen met industriepartners op basis van functionele specificaties in te richten. Ook hiervoor is coördinatie en samenwerking op Europees niveau ­cruciaal.

Getty Images

Literatuur

Bacon, E., M.D. Williams en G. Davies (2020) Coopetition in innovation ecosystems: A comparative analysis of knowledge transfer configurations. Journal of Business Research, 115, 307–316.

Bleda, M. en J. Chicot (2020) The role of public procurement in the formation of markets for innovation. Journal of Business Research, 107, 186–196.

Croitorov, O., R. Felke, R. Krämer en M. Licchetta (2025) Macroeconomic impacts of defence spending. VoxEU Column, 19 april. Te vinden op cepr.org.

Edler, J. en L. Georghiou (2007) Public procurement and innovation: Resurrecting the demand side. Research Policy, 36(7), 949–963.

Edquist, C. en J.M. Zabala-Iturriagagoitia (2021) Functional procurement for innovation, welfare, and the environment. Science and Public Policy, 47(5), 595–603.

European Defence Agency (2025) Defence data 2024–2025. Publications Office of the European Union. Te vinden op eda.europa.eu.

Johnson, S. (2025) European arms imports soared in past four years, SIPRI think tank says. Reuters Nieuwsbericht, 10 maart.

Kraljic, P. (1983) Purchasing must become supply management. ­Harvard Business Review, september, p. 109–117.

Leeuw, D. de, C. Mehlbaum, B. Heerma van Voss et al. (2026) Richt extra defensiemiddelen op waar Nederland in uitblinkt. ESB, 111(4859S), 101–105.

Lunday, C., L. Kayali en C. Caulcutt (2026) France and Germany’s next-generation fighter jet project is ‘dead’. Artikel op www.politico.eu, 6 februari.

Raad van de EU (2025) Programma voor de Europese defensie-industrie: Raad geeft groen licht. Raad van de EU, Persbericht, 8 december. Te vinden op www.consilium.europa.eu.

Schotanus, F. en J. Grandia (2023) Publiek inkoopbeleid en inkoopstrategie. In: J. Grandia, L. Volker et al. (red.), Publieke inkoop: Een multidisciplinair overzicht van theorieën, praktijken en instrumenten. ­Tilburg: Open Press Tilburg University, Hoofdstuk 5.

The Economist. (2026) A European fighter-jet partnership is verging on a break-up. The Economist, 11 februari.

Tweede Kamer (2024) Het bericht dat Damen een onderzeebootorder dreigt mis te lopen. Tweede Kamer, 13 maart.

Tweede Kamer (2025) Financieringsknelpunten defensie-industrie, oplossingen en actielijnen. Kamerstuk 31125, nr. 133.

Auteur

Plaats een reactie