Ga direct naar de content

De schaamte voorbij

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 2 1999

De schaamte voorbij
Aute ur(s ):
Ours, J.C. van (auteur)
Verb onden aan de vakgroep Algemene Economie van de KUB en directeur van OSA.
Ve rs che ne n in:
ESB, 84e jaargang, nr. 4208, pagina 443, 11 juni 1999 (datum)
Rubrie k :
Prikkel
Tre fw oord(e n):
arbeidsmarkt

Enige tijd geleden mocht ik in een panel meepraten over activerend arbeidsmarktbeleid. In het panel zaten ook twee langdurig
werklozen. De een verklaarde niet bereid te zijn om zeven uur ‘s ochtends zijn bed uit te komen om achter de lopende band te staan. De
andere was van mening dat zij alleen een baan wilde waarin ze zichzelf kon ontplooien. Dat was bij voorkeur in het vrijwilligerswerk,
want een betaalde baan leek haar op gespannen voet te staan met zelfontplooiing. Mijn standpunt was dat de overheid eisen mag stellen
aan uitkeringsontvangers die in staat zijn om te werken. Die eisen kunnen kracht worden bijgezet door het toepassen van financiële
sancties. Aan het eind van de discussie mochten we nog een korte afrondende beschouwing geven. Een van de panelleden benutte deze
mogelijkheid door erop te wijzen dat als ik bij de sociale dienst in zijn stad zou werken ik binnen twee weken een ‘burnout’ zou hebben
of twee blauwe ogen.
In de afgelopen jaren is de werkloosheid in Nederland sterk gedaald. Dat is een gunstige ontwikkeling, die ook in Europees verband
opmerkelijk is. Nergens anders in Europa is ook de werkgelegenheid zo sterk toegenomen. Over het waarom van het Nederlandse
werkgelegenheidswonder lopen de meningen uiteen. Er heeft een omvangrijke herziening van het stelsel van sociale zekerheid
plaatsgevonden, de belastingdruk is gedaald, de loonontwikkeling is gematigd geweest en de Nederlandse arbeidsmarkt is
geflexibiliseerd. Dat elk van deze factoren een rol heeft gespeeld, daar is men het wel over eens. Over het relatieve belang lopen de
meningen uiteen. Volgens mijn inschatting wordt de meeste betekenis toegekend aan de Nederlandse overlegstructuur, het zogenaamde
poldermodel en de hiermee samenhangende loonmatiging.
Toch is niet iedereen het eens over het wonder. Ik krijg soms de indruk dat men er zich voor schaamt. Een vaak gehoord argument is dat
de groei van de werkgelegenheid is toe te schrijven aan de toegenomen deeltijdarbeid. Er zijn meer mensen aan het werk, maar er wordt
niet meer gewerkt. Dat argument is eenvoudig te ontkrachten. Volgens het CBS is het arbeidsvolume in uren gemeten de afgelopen tien
jaar toegenomen met een miljard tot bijna negen miljard uren per jaar. Een volgend argument is dat de groei van de werkgelegenheid
vooral betrekking heeft op tijdelijke banen. Hierbij vergeet men dat de helft van de mensen op een tijdelijke baan geen vaste baan wil,
terwijl van degenen die dat wel willen twee derde binnen een jaar een vaste baan heeft. Tenslotte is een veel gehoord argument is dat de
huidige werkloosheid zo laag is omdat veel werkzoekenden niet als officieel (geregistreerd) als werklozen worden beschouwd. Dat komt
omdat veel zogenaamde ‘verborgen’ werklozen niet worden meegeteld. Volgens het CBS zijn er in Nederland ongeveer één miljoen
mensen zonder een baan die wel een baan zouden willen van twaalf uur of meer per week. Toch wordt slechts een deel meegeteld.
Terecht? Ik denk van wel. Wanneer aan consumenten de vraag wordt voorgelegd of ze de voorkeur geven aan ham of jam op de
boterham, dan is het antwoord vaak ‘ham’. Als vervolgens wordt gevraagd wat ze op de boterham doen, dan is het antwoord sterk
afwijkend van de voorkeur, vaker jam dan bij de eerste vraag. De verklaring is eenvoudig dat de hamvraag te vrijblijvend is. Jam is niet zo
duur als ham en pas als de kosten worden meegewogen is de vraagstelling zinvol.
In het geval van het bepalen van de omvang van de werkloosheid is iets dergelijks aan de hand. Als aan Nederlanders zonder baan
wordt gevraagd of ze op zoek zijn naar een baan dan is, evenals bij de hamvraag, de vraag te vrijblijvend. Van de miljoen baanzoekers is
een groot deel niet op korte termijn beschikbaar of heeft zich niet bij het arbeidsbureau als werkzoekende geregistreerd. Blijkbaar zijn de
kosten hiervoor te hoog. Pas wanneer de financiën in de afweging worden betrokken, wordt een zinvol antwoord gegeven. Bovendien
beweegt de werkloosheid, ongeacht hoe de meting plaatsvindt, zich in neerwaartse richting. Ook volgens de meest ruime omschrijving
heeft de afgelopen tijd een forse daling van de werkloosheid plaatsgevonden.
Zelf denk ik dat het herstel van de financiële prikkels op de arbeidsmarkt belangrijk is geweest. De grotere afstand tussen loon en
uitkeringen, de verlaging van de marginale belastingdruk, het frequenter toepassen van sancties in de WW, de WAO en de bijstand;
allemaal factoren die mensen met een uitkering een prikkel hebben gegeven om harder op zoek te gaan naar een baan. De toegenomen
inzetbaarheid van het arbeidsaanbod heeft het voor werkgevers aantrekkelijker gemaakt om nieuwe banen te creëren. Uit dit samenspel
van vraag en aanbod is de huidige krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Niet iets om ons voor te schamen.

Copyright © 1999 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)