
Over het algemeen kende Nederland relatief stabiele loon- en prijsontwikkelingen tussen 2000 en 2025, maar economische crises zorgden voor flinke fluctuaties waardoor de cao-lonen niet elk jaar even sterk meegroeiden.
De figuur toont dat de lonen sinds 2000 4,4 procent meer zijn gestegen dan de prijzen: de cao-lonen hebben een nominale groei laten zien van 87,2 procent, terwijl de prijzen in dezelfde periode met 79,3 procent stegen.
Dat gunstige beeld is echter tijdsafhankelijk: door crises is de reële cao-loonontwikkeling een aantal keer ver teruggevallen. Begin deze eeuw deed het barsten van de internetzeepbel de reële cao-loonontwikkeling al gevoelig afnemen. In 2004 was de loongroei nog net gelijk aan de prijsstijging, maar in 2005 bleef de stijging van de lonen achter op die van de prijzen.
Ook de kredietcrisis in 2008 en 2009 beïnvloedde de reële cumulatieve loonontwikkeling neerwaarts. Omdat de cao-loonontwikkeling in één jaar voor een groot deel betrekking heeft op eerder afgesloten cao’s, was het effect van de kredietcrisis in 2008 en 2009 echter niet direct zichtbaar in de loonontwikkeling van die jaren. In 2010 was de stijging van de cao-lonen nog gelijk aan die van de prijzen waardoor de reële cumulatieve loonontwikkeling gelijk bleef. Vanaf 2011 is de dalende trend van de reële cumulatieve loongroei ten gevolge van de kredietcrisis wel zichtbaar.
Tijdens de energiecrisis van een paar jaar geleden viel de reële cumulatieve loonontwikkeling zelfs voor het eerst sinds 2000 negatief uit, vanwege de historisch hoge prijsstijgingen. Ook de herstellende vraag naar goederen en diensten na de coronacrisis speelden hier een rol in.
In 2025 was de prijsontwikkeling een stuk bescheidener, terwijl het cao-loon daarentegen sterk groeide. Hierdoor sloeg de reële cumulatieve loonontwikkeling om en kwam deze uit op 4,4 procent.
Auteur
Categorieën