
Er is discussie onder economen of de productiviteit van Europa achterblijft bij die van de VS. Het beeld is anders bij correctie voor constante dan bij correctie voor lopende koopkrachtpariteiten (purchasing power parity, PPP).
De figuur toont de productiviteitsontwikkeling, gemeten als de verhouding in het bruto binnenlands product (bbp) per gewerkt uur, van Nederland en de EU ten opzichte van de VS. De constante PPP geeft hier de volumegroei van het bbp met een correctie voor het verschil in prijspeil tussen landen op één vast moment, namelijk 2020. De lopende PPP geeft de volumegroei gecorrigeerd voor de in elk jaar geldende prijsverschillen tussen landen.
Uit beide maatstaven volgt dat Nederland in de paar jaren voor 2023 net zo productief was als de VS en productiever dan de rest van de EU. De trends laten echter een verschillend beeld zien. Bij constante PPP blijft de productiviteitsgroei in Europese achter bij de VS, zoals Draghi in zijn rapport in 2024 liet zien. Bij lopende PPP is de Europese productiviteit ten opzichte van de Amerikaanse redelijk constant gebleven, zoals Paul Krugman opmerkt.
Verschillen in prijsontwikkelingen verklaren de uiteenlopende trends. Eén verklaring is de hoge productiviteitsgroei in de hightechsector in de VS, deels gevat in de hogere loonstijging in deze sector. Dat verhoogde de loondruk in andere (niet-verhandelbare) sectoren in de VS zoals de zorg, waardoor het prijspeil in de VS sneller steeg dan in Europa. Tegelijkertijd worden Amerikaanse ICT-producten steeds goedkoper en beter. Omdat deze producten verhandelbaar zijn, profiteren ook Europese consumenten daarvan. Bij een constante koopkrachtcorrectie domineert de hogere bbp-volumegroei van de VS ten opzichte van de EU, waardoor de productiviteit uiteenloopt; bij lopende correctie doen de sneller stijgende consumentenprijzen in de VS dit verschil teniet.
De twee maatstaven laten dan twee verschillende zaken zien: hoewel Europa de VS de afgelopen decennia bijhield in koopkrachttermen, blijven de productiviteit en innovatiekracht in groeisectoren wel degelijk achter.
Auteurs
Categorieën