In de ESB-blogserie Keuzes voor Nederland voorafgaand aan de verkiezingen werd aangedrongen op een structurele vereenvoudiging van het inkomstenbelasting- en toeslagenstelsel (Van Vuuren, 2025). De doorgeschoten complexiteit in het huidige stelsel leidt tot inkomensonzekerheid voor huishoudens (onder andere samenhangend met terugvorderingen en boetes) en niet-gebruik van diverse vormen van inkomensondersteuning, en het kent een kostbare uitvoering in termen van mensen en middelen.
In het coalitieakkoord kiezen partijen niet voor een grootse hervorming van het belastingstelsel. Het inkomstenbelasting- en toeslagenstelsel wordt – behoudens parametrische wijzigingen – niet aangepast. Desondanks zien we een aantal lichtpuntjes.
Lichtpuntjes
De woorden ‘vereenvoudigen’ en ‘eenvoud’ staan veelvuldig genoemd in het coalitieakkoord. Zonder structureel te hervormen, wil het coalitieakkoord zo toch aan de slag met enkele oorzaken en negatieve uitingsvormen van die doorgeschoten complexiteit, zoals die werden aangestipt in Van Vuuren (2025).
Inkomensonzekerheid voor huishoudens
Het verbeteren van de inkomenszekerheid van huishoudens krijgt in het coalitieakkoord ruim aandacht. Zo zet het kabinet in op “proactieve dienstverlening”, met als doel om het aantal terugvorderingen terug te dringen. Terugvorderingen van toeslagen zijn immers een belangrijke bron van inkomensonzekerheid bij huishoudens. Door huishoudens vroegtijdig te informeren over rechten, plichten en mogelijke wijzigingen in hun situatie, kunnen fouten en terugvorderingen worden voorkomen.
Ook het afschaffen van de kinderopvangtoeslag en de overstap naar directe financiering leidt tot minder terugvorderingen en daarmee tot meer inkomenszekerheid.
Tot slot beschrijft het coalitieakkoord de samenvoeging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één kindregeling. Deze nieuwe regeling is minder inkomensafhankelijk, waardoor wijzigingen in het inkomen minder snel tot aanpassingen in de hoogte van de ondersteuning leiden en het inkomen van gezinnen met kinderen meer voorspelbaar wordt.
Naast de drie maatregelen is er ook aandacht voor een langetermijnstrategie die de inkomenszekerheid bevordert. Het kabinet kondigt namelijk een hervormingsagenda aan, waarin hervormingen in het inkomstenbelasting- en toeslagenstelsel worden gekoppeld aan meer duidelijkheid en voorspelbaarheid van het inkomen voor mensen.
Niet-gebruik van inkomensondersteuning
Proactieve dienstverlening vermindert ook het niet-gebruik. De overheid benadert dan zelf mensen met een vermoedelijk recht of kent hun automatisch inkomensondersteuning toe, waardoor de afhankelijkheid van kennis en doenvermogen kleiner wordt.
Ook de afschaffing van de kinderopvangtoeslag en de vervanging door directe financiering via kinderopvangaanbieders verlaagt het niet-gebruik omdat ouders dan zelf geen aanvraag meer hoeven te doorlopen.
Kostbare uitvoering
Vereenvoudiging van de uitvoering komt ook ruim aan bod in het coalitieakkoord. Men wil schrappen in het aantal regelingen en daarnaast begrippen en voorwaarden tussen verschillende inkomensondersteunende regelingen harmoniseren. Het onderbrengen van de toeslagenuitvoering onder de Wet SUWI moet bovendien gegevensuitwisseling tussen instanties vergemakkelijken en de dienstverlening omvattender maken.
Het coalitieakkoord voorziet ook in het prioritair afronden van de modernisering van ICT-voorzieningen bij de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Vereenvoudingsvoorstellen kunnen in het huidige systeem namelijk stranden bij verouderde ICT-systemen van de Belastingdienst.
Tot slot is er ook voor de uitvoering weer aandacht voor een langetermijnstrategie: eenvoud in de uitvoering is een expliciet uitgangspunt in de aangekondigde hervormingsagenda.
Verkokering tussen beleidsdomeinen
Met de voorgestelde maatregelen in het coalitieakkoord wil het kabinet ook enkele oorzaken van de complexiteit aanpakken. Zo kan de verkokering tussen beleidsdomeinen worden verminderd door het harmoniseren van begrippen en voorwaarden. Dat bevordert een meer uniforme benadering van inkomen en huishoudenssituaties tussen departementen. Ook het onderbrengen van de toeslagenuitvoering onder de Wet SUWI verkleint de institutionele verkokering en verbetert samenwerking en gegevensdeling tussen instanties. Tot slot kan het samenvoegen van kinderbijslag en kindgebonden budget tot één kindregeling bijdragen aan meer consistentie in het gezinsbeleid, omdat regelingen worden samengevoegd die nog nu bij twee verschillende uitvoeringsinstanties liggen.
Incrementalisme
Ten slotte toont het coalitieakkoord de ambitie om het incrementalisme in het beleid rond het belasting- en toeslagenstelsel te beperken. Dat komt vooral terug in maatregelen die breken met het steeds uitbreiden van het aantal regelingen en uitzonderingen. Het beperken van het aantal heffingskortingen en de samenvoeging van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één kindregeling zijn hier duidelijke voorbeelden van: in plaats van nieuwe regelingen toe te voegen, wordt het aantal instrumenten teruggebracht.
Eenvoud als beleidsdoel
Had het coalitieakkoord mooier gekund? Zonder twijfel. Een hoognodige grondige herziening van het belastingstelsel blijft uit. Na de laatste grote belastingherziening in 2001 zijn er diverse rapporten verschenen die een nieuwe herziening suggereren (Commissie-Van Dijkhuizen, 2013; Cnossen en Jacobs, 2019). Het ontbreken ervan in het coalitieakkoord – of op zijn minst het aanzetten tot een nieuwe herziening via bijvoorbeeld een werkgroep – is een gemiste kans.
Niettemin concluderen we dat het nieuwe kabinet ruim oog heeft voor de problematiek rond de doorgeschoten complexiteit van de inkomensondersteuning. Men heeft een pakket samengesteld dat zowel de oorzaken als de negatieve gevolgen van complexiteit bestrijdt. Er is – bewust of onbewust – gehoor gegeven aan de oproep in Van Vuuren (2025) om ‘eenvoud als beleidsdoel te omarmen’ in het domein inkomen en arbeid. Is de voortdurende onderwaardering van het beleidscriterium ‘eenvoud’ hiermee ten grave gedragen? We hopen het.
Uiteraard geldt zoals altijd: ‘the proof of the pudding is in the eating’. Veel maatregelen zijn nog niet uitgewerkt en als het gemakkelijk was geweest om de complexiteitsproblematiek op te lossen dan was het al gebeurd. Er zijn immers al vele onderzoeksrapporten verschenen met concrete handvatten voor vereenvoudigde inkomensondersteuning (IPE, 2023; Van Berkel en Van Vuuren, 2024; MinFin, 2024; Rijksoverheid, 2024; Van Berkel et al., 2025). Maar de beleidsambitie in het akkoord biedt enige hoop.
Literatuur
Berkel, K. van, en D. van Vuuren (2024) Hogere heffingskorting kan toeslagen vervangen. ESB, 109(4833), 214–217.
Berkel, K. van, J. Knol en D. van Vuuren (2025) Alternatief voor toeslagen: Een hoge heffingskorting verder uitgewerkt. SEO Rapport, 2025-161.
Cnossen, S. en B. Jacobs (red.) (2019) Ontwerp voor een beter belastingstelsel. Amsterdam: ESB.
Commissie-Van Dijkhuizen (2013) Naar een activerender belastingstelsel: Eindrapport. Commissie inkomstenbelasting en toeslagen, juni. Te vinden op www.tweedekamer.nl.
IPE (2023) Het einde van de toeslagen: Een robuust belastingstelsel voor inkomen uit werk. Instituut voor Publieke Economie, Rapport, 12 april.
MinFin (2024) Eindrapport Toekomst Toeslagenstelsel. Ministerie van Financiën, februari. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
Rijksoverheid (2024) Belastingen in maatschappelijk perspectief: Bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelsel. Rijksoverheid.
Vuuren, D. van (2025) Het complexe (inkomsten)belasting- en toeslagenstelsel moet en kan eenvoudiger. ESB blogserie Keuzes voor Nederland, 3 juli.
Auteurs
Categorieën