Meest gelezen

3 reacties

Deze lezing toont nog eens duidelijk aan dat elke lange termijn berekening staat of valt met de uitgangspunten en dat het onmogelijk is om over langere perioden uitspraken met enige zekerheid te doen.

Ten tweede zijn 'one point' estimates per definitie nooit geschikt om besluiten op te nemen.
Terecht wordt er op gewezen dat dat ook CPB erg moet oppassen met het doen van lange termijn aannames (hoe goed bedoeld of geschat ook),

Een manier waarop dit soort van vraagstukken benaderd kan worden is door een fors aantal verschillende economische scenario's te analyseren o.b.v. verschillende AOW leeftijden voor een beperkte periode vooruit (bijvoorbeeld 5 jaar) en dan niet te proberen na te gaan welk scenario 'most likely' of ‘logisch’ is, maar een beeld van het (financieel) risico te schetsen door na te gaan of en in welke scenario's tot wanneer, hoe en tegen welke prijs welke AOW-leeftijd te financieren is. Vervolgens is het aan de politiek om te bepalen of het die prijs kan en wil betalen en de daaraan verbonden risico’s wil accepteren.

Tenslotte kunnen we simpelweg nog rekenen ‘volgens Bartjens’: als de AOW-leeftijd verlaagd wordt, kun je voor de komende vijf jaar redelijk goed aangeven wat de financiële consequenties (extra financiering, verlaging uitkering) zijn. Zijn die consequenties politiek acceptabel dan voer je de aanpassing door. Na die vijf jaar kun je altijd de pensioenleeftijd nog (versneld) aanpassen en ook dat financieel effect is bij een aanpassing binnen vijf jaar redelijk te becijferen. Hou berekeningen dus vooral praktisch!

Het eigenlijke probleem (en discussie) heeft natuurlijk helemaal niets met ‘berekeningen’ te maken. De AOW is bedoeld als algemene OUDERDOMswet en niet als Seniorenwet (ASW). Een discussie over de kwaliteit en doelstellingen van de wet heeft daarom meer zin en prioriteit dan het maken van discutabele berekeningen. Als je het over de doelstelling van de wet niet eens bent, kun je eindeloos praten over de financiering.

Dat er met een verhoging van de AOW-leeftijd per CAO gekeken moet worden of er bij het toenemen van de leeftijd sprake is van een niet meer acceptabele fysieke of psychische belasting, is duidelijk. Dit is primair een verantwoordelijkheid van sociale partners, waarbij vroegpensioen slechts een, en vaak niet eens de voor de werknemer meest gelukkige, oplossing is. Van thuiszitten met een vroegpensioen potje, terwijl je nog een maatschappelijke bijdrage kunt hebben, wordt niemand gelukkig.

Dhr. Berkemeijer

Dank, nuttige reactie dhr. Berkemeijer.

Jasper Lukkezen

Als Nederland € 1,7 biljoen aan pensioenvermogen heeft waarop de staat een 35% belastingclaim van € 600 mld. op heeft en op dat bedrag dus jaarlijks rendement maakt in de orde van grootte van zo'n € 35 mld. hoef je helemaal geen houdbaarheidssommetjes meer te maken.
Het CPB hoeft dan alleen het pensioenvermogen te bepalen (op basis van de CBS statistieken een schier onmogelijke opgave incl derde pijler) , het op dat pensioenvermogen drukkende belastingtarief (35% volgens het CPB zelf)
Als je dan ook nog weet dat het CPB die houdbaarheidssommetjes ale vele jaren maakt tegen een nominale rente van 5% (3% reëel en 2% inflatie) dan wordt het nut van die sommetjes helemaal fragwürdig. De discussie over de AOW-indexatie is een oude Marcel van Dam discussie, waarvan het CPB kennelijk niets heeft opgestoken..
Het CPB zou natuurlijk kunnen beginnen om alle aannames in de berekening eens systematisch bij elkaar te zetten en daar geheel waardevrij ook eens de beperkingen van aan te geven.
Het is natuurlijk ook opmerkelijk dat de AOW-franchise in de pensioenopbouw, bij de lage inkomens zeer substantieel, geen enkele rol speelt in de AOW-berekening en zelfs niet geadresseerd wordt. .

Dhr. Mol

Reactie niet ok? Meld misbruik bij de redactie.

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn.

Inloggen