Ga direct naar de content

Preadvies 3: denk na over de vraag welk pensioen toereikend is

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 10 2014

De pensioendialoog die het kabinet deze zomer inzette gaat over de gewenste inrichting van het pensioenstelsel, maar begint als het goed is met basalere vragen: hoeveel pensioen willen we dat het stelsel voor ons opbouwt? Welk pensioen geldt straks als toereikend? En welke groepen krijgen het moeilijk om een toereikend pensioen te behalen?

Knoef, Goudswaard, Been en Caminada bekijken in hoeverre Nederlanders in de toekomst een toereikend pensioen zullen hebben. Voor zes landen  – Chili, Frankrijk, Nederland, Noorwegen, het VK en de VS –  simuleren ze toekomstige pensioeninkomens van de werkende bevolking op individueel niveau. Deze zetten ze vervolgens af tegen de gangbare normen voor een toereikend pensioen.

Een eerste norm is die van de OESO. Deze is gebaseerd op een bruto vervangingsvoet van tweederde van het bruto eindloon en op een armoedegrens op vijftig procent van het mediane inkomen in een land. Op beide aspecten blijkt Nederland internationaal gunstig af te steken. Zo haalt 40 procent van de Nederlandse werkenden geen pensioeninkomen van tweederde van het eindloon, tegen 57 procent gemiddeld voor de zes landen samen.

Een tweede, in Nederland gebruikelijke, norm voor een toereikend pensioen berust op 70 procent van iemand zijn gemiddelde brutoloon. De preadviseurs verwachten dat 56 procent van de huidige 65-minners volgens deze norm geen toereikend pensioen zal krijgen.

Niet dat een pensioenuitkering beneden 70 procent perse een probleem is. Veel mensen hebben vermogen uit een eigen woning of spaargeld. De preadviseurs bepleiten dan ook meer keuzevrijheid in de opbouwfase, waardoor iemand met een groot vermogen uit eigen woning kan kiezen voor minder pensioenopbouw.

Net als in andere landen is de spreiding van de pensioenresultaten groot. Zelfstandigen bijvoorbeeld hebben doorgaans een veel lager  pensioeninkomen dan inkomen direct voor pensionering. Daarom stellen de auteurs specifieke verplichte regelingen voor deze groep voor, naar voorbeeld van die in Chili en Frankrijk. Ook stellen de auteurs voor om pensioenambitie te definiëren in reële termen, om sluipende koopkrachtvermindering te voorkomen.

Meer algemeen adviseren Knoef et al. dat de pensioendialoog die het kabinet is begonnen, in moet gaan op de vraag welk pensioen ‘toereikend’ is. Daarbij moet de overheid pensioen, wonen en zorg in samenhang bezien. Zo is het de vraag of pensioenen toereikend zijn wanneer ouderen hogere eigen bijdragen moeten betalen voor de (ouderen)zorg.

Het originele en meer uitvoerige preadvies is vanaf vrijdag beschikbaar op de website van de KVS. Deze blogpost is onderdeel van een blogserie deze week, die de KVS preadviezen over de toekomst voor aanvullende pensioenen uitlicht. Deze bespreekt de KVS vrijdag a.s. in Amsterdam (inschrijven kan hier). Marike Knoef, Kees Goudswaard, Jim Been en Koen Caminada zijn verbonden aan de Universiteit Leiden.

 

Auteur

Categorieën