De vraag naar gerecycleerde materialen neemt toe wanneer de prijs van het overeenkomstige primaire materiaal stijgt, maar de sterkte van deze kruiselasticiteit verschilt sterk tussen materialen.
De afgenomen economische groei komt niet doordat er al zo veel is uitgevonden dat de nieuwe ideeën minder waard zijn geworden: elke dollar aan R&D levert nu juist meer patenten op dan vijftig jaar geleden.
Nederland zit in een situatie met zowel een lage staatsschuld als beperkte inkomsten- en uitgavenniveaus. Desondanks wil het kabinet bezuinigingen op de verzorgingsstaat, vanwege onder meer de stijgende uitgaven aan defensie en door vergrijzing.
De stijgende defensie-uitgaven bieden kansen voor Nederlandse bedrijven. In vijf jaar tijd is het aantal leden van de brancheorganisatie voor defensiesector verdubbeld.
De Nederlandse banken behaalden in 2025 gezamenlijk een winst van meer dan 18 miljard euro, ruim één miljard lager dan een jaar eerder. De winst van 2025 behoort samen met de recordjaren 2023 en 2024 nog wel tot de hoogste nettowinsten van de afgelopen decennia.
In Trade in tasks brengen De Vries en Timmer helder in beeld hoe de productie de afgelopen decennia steeds meer is gaan plaatsvinden in mondiale waardeketens in plaats van in specifieke landen. Dat inzicht is ook van belang met het oog op de mondiale handelsoorlogen, maar daar gaan de auteurs helaas nauwelijks op in.
In 2012 lag de AOW-leeftijd nog op 65 jaar, sinds 2024 is dat 67 jaar en in 2028 stijgt de AOW-leeftijd verder met drie maanden. Toch betekent dat niet dat iedereen tot de AOW-leeftijd kan en blijft doorwerken. De arbeidsdeelname van 60-plussers neemt al vóór het bereiken van de AOW-leeftijd af.
Vertrouwen is essentieel in een markteconomie, maar laat dat geen blind vertrouwen zijn. Juist waar de maatschappelijke kosten potentieel groot zijn, is stevige publieke sturing een kwestie van economisch realisme.
Een deel van de samenleving wordt steeds vermogender. Ondertussen worstelt het kabinet met de belasting van het inkomen
uit vermogen in box 3. Hoe kan vermogen het best worden belast?