Veel publieke taken vragen gelijktijdig om landelijke samenhang en behoud van ruimte voor regionale verschillen. Juist in crisissituaties wordt deze paradox zichtbaar, zoals tijdens de coronapandemie. De 25 regionale GGD’en moesten voortdurend veranderend landelijk beleid vertalen naar de regionale praktijk, zodat maatregelen onder uiteenlopende lokale omstandigheden uitvoerbaar bleven. Hoe kunnen landelijke sturing en regionale zelfstandigheid in de praktijk in zo’n situatie met elkaar verbonden blijven?