Ga direct naar de content

Arbeidskrapte zet personeel en kwaliteit kinderopvang nu al onder druk

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: oktober 1 2026

De plannen van het kabinet om kinderopvang (bijna) gratis te maken, kunnen de vraag naar kinderopvang vergroten. De sector kampt de afgelopen jaren echter al met krapte. Wat zijn daarvan de gevolgen en wat betekent dat voor de kabinetsplannen?

In het kort

  • De instroom in de kinderopvang stijgt door meer zij-instromers en formatieve inzet van beroepskrachten in opleiding.
  • Het begeleiden van instromers zorgt voor extra werkdruk, ­verzuim en risico’s op uitstroom van ervaren medewerkers.
  • Aanhoudende krapte dwingt tot afruilen tussen betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang.

Het kabinet wil kinderopvang (bijna) gratis maken (Rijksoverheid, 2026). Ouders krijgen straks waarschijnlijk 96 procent van de maximale uurprijs vergoed en voor veel gezinnen wordt kinderopvang daardoor veel goedkoper.

De verwachting is dat meer ouders gebruik gaan maken van kinderopvang (CPB en SCP, 2023). Dat vraagt veel van de sector, want meer kinderen naar de opvang betekent ook dat er meer pedagogisch medewerkers nodig zijn om de kinderen te kunnen opvangen.

De sector kampt echter al jaren met personeelskrapte (Kinderopvang werkt!, 2025), mede doordat de vraag de afgelopen jaren al flink is gegroeid. Wat zijn de gevolgen daarvan? In dit artikel onderzoeken we hoe de kinderopvang sinds 2020 is omgegaan met de groeiende vraag, en welke gevolgen en afruilen daarbij horen.

Aanpassingen in de kinderopgang

De kinderopvangsector en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben sinds 2020 een pakket aan maatregelen ingezet om voldoende personeelscapaciteit voor de kinderopvang te realiseren. In totaal zijn meer dan dertig initiatieven gestart vanuit SZW in samenwerking met de sector.

Ten eerste zet de sector sterk in op het vergroten van de instroom van personeel. Dit gebeurt allereerst via het opleiden van nieuwe pedagogisch medewerkers. Hoewel het aantal studenten in deze opleidingen de afgelopen jaren licht is toegenomen, blijft deze groei ontoereikend om aan de vraag te voldoen (Kinderopvang werkt!, 2025). Daarom richten werkgevers zich nadrukkelijk op het aanboren van nieuwe doelgroepen, zoals zij-instromers en herintreders, onder meer via campagnes als ‘Kleine Stappen, Grote Dromen’. Daarbij valt op dat een deel van de zij-instroom (ongeveer tien procent) afkomstig is uit andere zorgbranches (AZW StatLine, 2025). Hierdoor verschuiven tekorten simpelweg tussen zorgbranches.

De inspanningen zijn niet zonder resultaat. Sinds 2016 is er sprake van een geleidelijke stijging van de instroom in de kinderopvang: volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek steeg het aantal nieuwe medewerkers per jaar van circa 10.000 per jaar tot ongeveer 20.000 in recente jaren (figuur 1). Deze toename is vergelijkbaar met die in de bredere zorg- en welzijnssector.

Een groot deel van de instroom is echter nodig om vertrekkend personeel te vervangen, want de uitstroom uit de kinderopvang is sinds 2016 eveneens toegenomen. Naar schatting was ongeveer twee derde van de instroom tussen 2016 en 2025 nodig om vertrekkend personeel te vervangen; de overige een derde droeg bij aan de uitbreiding van de kinderopvangcapaciteit.

Ten tweede zetten werkgevers in op het stimuleren van medewerkers om méér uren te gaan werken. Dat draagt immers bij aan een grotere arbeidsinzet zonder dat hiervoor nieuwe medewerkers nodig zijn. Hiervoor zijn binnen de sector verschillende initiatieven ontwikkeld, zoals de Routekaart Meer Uren Werken.

Figuur 2 toont dat de gemiddelde deeltijdfactor – het deel van een voltijdsdienstverband dat een werknemer werkt – in de kinderopvang in de afgelopen periode steeg, terwijl deze in de bredere zorg- en welzijnssector stabiel bleef.

Ook zetten werkgevers in op combinatiebanen. Het is niet altijd mogelijk om binnen de eigen opvanglocatie meer uren te werken. In dat geval kan een medewerker bijvoorbeeld deeltijdwerk in de buitenschoolse opvang combineren met deeltijdwerk in de dagopvang of in het basis­onderwijs. Enerzijds kunnen combinatiebanen ervoor zorgen dat mensen binnen de kinderopvang een hogere deeltijdfactor gaan werken wanneer zij de baan combineren met een andere baan in de kinderopvang. Anderzijds kunnen combinatiebanen tot een lagere deeltijdfactor leiden wanneer werknemers de baan combineren met een baan buiten de sector.

Ten derde biedt de overheid mogelijkheden om van kwaliteitseisen af te wijken teneinde personeelsknelpunten op te lossen. Veel kinderopvangorganisaties – en vooral de grotere organisaties – maken gebruik van deze mogelijkheden (Ipsos I&O en SEO, 2026). Zo maakt 83 procent gebruik van de flexibele invulling van de zogenoemde drie-uursregeling, waarmee organisaties gedurende beperkte delen van de dag mogen afwijken van de reguliere beroepskracht-kindratio. Daarnaast past 78 procent deze ratio toe op kindcentrumniveau, waardoor personeel flexibeler tussen groepen kan worden ingezet. Ook maakt 74 procent gebruik van de mogelijkheid om af te wijken van de vastegezichtencriteria, waardoor kinderen minder strikt aan vaste pedagogisch medewerkers hoeven te worden gekoppeld. Tot slot zet 70 procent beroepskrachten in opleiding formatief in, waardoor zij deels meetellen in de personeelsbezetting. Deze flexibilisering vergroot de organisatorische ruimte om roosters rond te krijgen en opvangcapaciteit op peil te houden. Figuur 3 laat zien dat de formatieve inzet van beroepskrachten in opleiding in de afgelopen jaren zowel absoluut als relatief sterk is toegenomen.

De keerzijde

De kinderopvangsector heeft de groei van de afgelopen jaren dus opgevangen door aan drie knoppen te draaien: meer personeel, meer uren per medewerker en soepeler omgaan met kwaliteitseisen. Deze aanpak heeft geholpen om de personeelscapaciteit te vergroten.

Tegelijkertijd lijken de inspanningen ook de werkdruk in de sector te verhogen. Met name omdat de grotere instroom van minder ervaren medewerkers en personeel in opleiding betekent dat ervaren krachten meer tijd kwijt zijn aan begeleiding en inwerken (MinSZW, 2023).

Ook in de cijfers zien we dat de gevoelens van uitputting in de kinderopvang toenemen. Deze liggen al langere tijd hoger dan in de bredere zorg- en welzijnssector en zijn tussen 2023 en 2024 verder gestegen (figuur 4).

Daarnaast is het ziekteverzuim in de kinderopvang relatief hoog (figuur 5). Na de sterke stijging in de coronajaren is het verzuim niet meer naar het oude niveau teruggekeerd. Terwijl het ziekteverzuim vroeger vergelijkbaar was met dat in de bredere zorg- en welzijnssector, ligt het inmiddels hoger in de kinderopvang.

Naast de druk op personeel zijn er ook signalen dat de kwaliteit van de opvang onder druk staat. De Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (2025) laat zien dat er na een lange stijgende trend nu de eerste signalen zijn van een dalende kwaliteit in de kinderopvang. Toekomstige metingen moeten uitwijzen of deze ontwikkeling zich doorzet. Volgens de sector hangt dit samen met de inzet van minder ervaren personeel, meer organisatorische flexibiliteit en versoepelingen van kwaliteitseisen (MinSZW, 2023).

Geen structurele oplossing

Op korte termijn lijken maatregelen de personeelscapaciteit te vergroten, maar er zijn signalen dat de werkbelasting toeneemt en dat de kwaliteit van de opvang onder druk staat. Hierdoor bestaat ook het risico dat meer medewerkers uitvallen of de sector verlaten, waardoor personeelskrapte juist verder kan toenemen.

Het aantal medewerkers dat de kinderopvang verlaat, is de afgelopen jaren sterk toegenomen: van circa 8.500 in 2016 naar 14.000 in 2025 (figuur 1). Dit komt maar beperkt door pensionering, want de uitstroom van oudere werknemers is niet duidelijk gestegen. Werkdruk lijkt een belangrijkere verklaring. Zo noemt 36 procent van de werknemers in de kinderopvang een te hoge werkdruk als reden om ander werk te zoeken, tegenover 25 procent in de bredere zorg- en welzijnssector (AZW, 2024).

Beleidsimplicaties

Als de vraag naar kinderopvang verder groeit door het bijna gratis maken ervan, ligt het voor de hand dat de capaciteitsproblemen groter worden. Het reguliere onderwijs leidt momenteel nog onvoldoende nieuwe pedagogisch medewerkers op om in de toenemende vraag te kunnen voorzien (Kinderopvang werkt!, 2025). Dat betekent dat de sector op korte termijn moet zoeken naar alternatieven, zoals meer onervaren personeel aannemen en kwaliteitseisen verder versoepelen. Een deel van die oplossingen gaat gepaard met risico’s op een hogere werkdruk, uitstroom en een verslechtering van de kwaliteit.

Binnen de kinderopvang lijkt er dus een afruil te zijn tussen betaalbaarheid (lage kosten voor ouders), toegankelijkheid (voldoende opvangplekken) en kwaliteit (goede en stabiele opvang). Door kinderopvang bijna gratis te maken (betaalbaar), legt de overheid de keuze bij de sector neer om op kwaliteit in te boeten of de opvang ontoegankelijker te maken. Deze keuze zou explicieter onderdeel moeten zijn van het politieke debat.

Op de lange termijn ligt de belangrijkste oplossing in het opleiden van meer gekwalificeerde pedagogisch medewerkers. Ook aan de vraagkant zijn er mogelijkheden. Zo kunnen beleidsmakers via bijvoorbeeld langer ouderschapsverlof stimuleren dat ouders in de eerste jaren zelf meer zorgtaken op zich nemen, waardoor de druk op de kinderopvang afneemt (Van Huizen & Plantenga, 2023). Op die manier kunnen betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit samengaan. Dat betekent wel dat arbeidskrachten minder beschikbaar zijn voor andere sectoren en publieke opgaven, zoals in de zorg of het onderwijs. Ook dat vraagt om duidelijke maatschappelijke keuzes en prioritering van publieke opgaven.

Getty Images

Literatuur

AZW (2024) De staat van de arbeidsmarkt kinderopvang 2024. AZW Analyse, 14 oktober.

CPB en SCP (2023) Herziening financieringsstelsel kinderopvang: Maatschappelijke effecten van het voorgenomen kabinetsplan. Centraal Planbureau en Sociaal en Cultureel Planbureau, Rapport, 21 juni.

Huizen, T. van, en J. Plantenga (2023) Kabinetsplan kinderopvang moet lessen trekken uit stelselverandering Quebec. ESB, 108(4827S), 66–70.

Ipsos I&O en SEO (2026) Arbeidsmarktkraptebeleid kinderopvang. Ipsos I&O en SEO, Rapport, 2026/055. Te vinden op www.open.overheid.nl.

Kinderopvang werkt! (2025) De staat van de arbeidsmarkt kinderopvang 2025. Kinderopvang werkt!, 30 januari.

Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (2025) Kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang: de kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang in beeld. Rapport. Te vinden op www.monitorlkk.nl.

MinSZW (2023) Meer en vaker beroepskrachten in opleiding op de groep: Onderzoek naar ervaringen in de kinderopvang. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Rapport, 31 oktober. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

Rijksoverheid (2026) Plannen kabinet voor betaalbare kinderopvang. Rijksoverheid Informatie.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie