Ga direct naar de content

Afnemende schaalvoordelen economiefaculteiten vereisen samenwerken en specialisatie

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 1 2025

Het wetenschappelijk onderwijs verkeert in zwaar weer, ook binnen het domein Economie. Overheidsbezuinigingen, verzet tegen internationalisering, en teruglopende studentenaantallen bedreigen de financiële gezondheid van de Nederlandse economische faculteiten. Hoe kan het wetenschappelijk economisch onderwijs daarmee omgaan?

In het kort

  • De afhankelijkheid van directe overheidsfinanciering en internationale studenten maakt het domein Economie kwetsbaar.
  • Een dalend studentenaantal en toegenomen concurrentie op de onderwijsmarkt verkleinen de schaalvoordelen.
  • Centrale regie op sectorniveau kan kostenefficiëntie door samenwerking en specialisatie faciliteren.

De afgelopen decennia hebben de economische faculteiten goed kunnen gedijen onder invloed van eerst de sterke groei van het aantal Nederlandse studenten en in ieder geval vanaf 2006 ook van internationale studenten (CPB, 2019). Grootschalige opleidingen met aanzienlijke schaalvoordelen hebben de faculteiten in staat gesteld om veel onderzoekscapaciteit te financieren uit de eerste geldstroom – financiering van de rijksoverheid voor onderwijs en onderzoek die rechtstreeks van de rijksoverheid komt.

Het domein Economie is daardoor ook sterk afhankelijk van de eerste geldstroom en van internationale studenten. Het aandeel internationale studenten in de economie is relatief hoog vergeleken met andere disciplines (Adviesraad Migratie, 2023). En  vergeleken met andere wetenschapsgebieden is de student-staf-ratio hoog, en leunt het domein het meest op de eerste geldstroom (Rathenau Instituut, 2020).

Tegen deze achtergrond lijkt er een perfecte storm te zijn ontstaan binnen het domein Economie nu de overheid bezuinigt op hoger onderwijs en zich verzet tegen internationalisering.

Perfecte storm

Wetenschap is een zaak van de lange adem, heeft baat bij stabiliteit en gedijt slecht onder onzekerheid. Die stabiliteit heeft de politiek de afgelopen jaren niet geboden. Het is nog maar drie jaar geleden dat de toenmalige minister Dijkgraaf vijf miljard euro uittrok om de kwaliteit van het hoger onderwijs en de wetenschap te verbeteren (MinOCW, 2022). Nu is deze financiële impuls grotendeels teruggedraaid door het kabinet-Schoof (UNL, 2025a).

Ook rond het thema internationalisering is het politieke klimaat veranderd. Tot voor kort moedigde de overheid universiteiten aan om te internationaliseren (Tweede Kamer, 2014). Universiteiten hebben geïnvesteerd in Engelstalige opleidingen en een internationale wetenschappelijke staf, in de veronderstelling dat internationalisering kon rekenen op de steun van de overheid. Maar internationale studenten worden steeds meer als migranten gezien en de ‘verengelsing’ van het wetenschappelijk onderwijs (wo) als een bedreiging voor de Nederlandse taal en cultuur. Zo stelde de PVV in haar verkiezingsprogramma dat studiemigratie maximaal moet worden ingeperkt en Bacheloropleidingen weer in het Nederlands moeten worden gegeven (PVV, 2025).

Het instrument om de internationalisering in te perken, de Wet internationalisering in balans (WIB), hangt sinds 2023 als een donkere wolk boven de sector. Hoewel een belangrijk onderdeel hiervan, de taaltoets voor bestaande bacheloropleidingen, onder druk van de Tweede Kamer wordt geschrapt, is de WIB nog steeds in behandeling (Tweede Kamer, 2025).

Intussen lijkt de eerder voorspelde groei van het aantal internationale studenten uit te blijven. De meest recente referentieraming geeft aan dat er in de komende tien jaar voor het wo een totale daling van vier procent wordt verwacht (MinOCW, 2025). Hoewel onderzoek aantoont aan dat er geen economische reden is om de internationalisering terug te draaien: de baten hiervan voor de Nederlandse economie zijn hoger dan de kosten (CPB, 2019; Koopmans et al., 2024).

Ook de prognose van de Nederlandstalige instroom belooft weinig goeds. Volgens de raming van het Ministerie van OCW zal de daling van het aantal Nederlandse wo-studenten doorzetten. Het ministerie verwacht dan ook dat het wo als totaal zal krimpen (MinOCW, 2025). De verwachte daling van de Nederlandse instroom en de begrenzing van het aantal internationale studenten lijken zo een einde te maken aan de schaalvoordelen die bijdragen aan de financiering van onderzoek binnen economie faculteiten.

De druk op de schaalvoordelen van economiefaculteiten wordt bovendien versterkt door de toegenomen concurrentie in de afgelopen decennia (Visser et al., 2021). De sterke studentengroei binnen het domein Economie heeft namelijk een uitdijend opleidingenlandschap gefaciliteerd. Vroeger gingen studenten Economie studeren in Amsterdam, Groningen, Rotterdam of Tilburg. Tegenwoordig kan een student op veel meer plaatsen terecht en bieden ook universiteiten zonder een zelfstandige economische faculteit, zoals Utrecht, Wageningen en Leiden, economische opleidingen aan. Ook zijn er in de loop der tijd multidisciplinaire opleidingen gestart met een gedeeltelijk economisch profiel, zoals de PPE- en PPLE-opleidingen in Amsterdam.

Andere inkomstenbronnen

Een voor de hand liggende reactie op de financiële nood is dat faculteiten op zoek gaan naar nieuwe inkomstenbronnen. Door meer middelen uit subsidies voor onderzoeksprojecten uit de zogenaamde tweede geldstroom (van het NWO en KNAW) en derde geldstroom (overige publieke en private middelen) binnen te halen zou de afhankelijkheid van de eerste geldstroom kunnen worden verminderd. Maar de concurrentie om onderzoeksmiddelen zal toenemen doordat het gehele wo met beperktere middelen kampt. Daarnaast moeten ook instanties als het NWO bezuinigen.

Een andere mogelijkheid is om onbekostigde opleidingen aan te gaan bieden. Opleidingen die privaat worden gefinancierd zouden de door de politiek opgelegde capaciteitsbegrenzing van het aantal internationale studenten kunnen omzeilen. Zo wordt bijvoorbeeld het hoge instellingstarief nu al betaald door een hoog aantal internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte die economie studeren aan de Erasmus Universiteit. Het creëren van een privaat schaduwaanbod heeft echter veel voeten in aarde, mede omdat moet worden voorkomen dat private activiteiten met publieke middelen worden gefinancierd.

Afnemende schaalvoordelen

Als  andere inkomstenbronnen de krimpende schaalvoordelen niet kunnen compenseren, dan dwingt deze situatie tot het maken van keuzes. Aangezien uit de jaarverslagen van de universiteiten naar voren komt dat arbeidskosten het overgrote deel vormen van de kosten van een opleiding, ligt het voor de hand om te kijken naar een efficiëntere inzet van personeel.

Binnen opleidingen kan wellicht de efficiëntie worden verhoogd door het schrappen van kleine vakken, het verhogen van de groepsomvang in werkgroepen of het reduceren van contacturen (of het vervangen van contacttijd door videomateriaal). Zo’n verschraling van het onderwijsaanbod is echter niet in het belang van de student. Het alternatief, om voor docenten meer onderwijstijd en minder onderzoekstijd in te ruimen, beperkt dan weer de kennisontwikkeling en zal op de langere termijn de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs schaden.

Zelfregie geen oplossing

Op opleidingsniveau is het dus kiezen tussen twee kwaden, waarbij ofwel de student ofwel de onderzoeker de rekening betaalt. Dit is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Misschien moet er daarom op sectorniveau worden nagedacht over de vraag of we in Nederland niet te veel opleidingen in het domein Economie hebben en of het opleidingenlandschap niet op een betere manier kan worden ingericht.

Onder druk van de politiek heeft Universiteiten Nederland (de koepelorganisatie van Nederlandse universiteiten) maatregelen genomen om de instroom van internationale studenten te beperken. Dit ‘maatregelenpakket zelfregie’ pakt echter nadelig uit voor het domein Economie.

Onderdeel van het pakket is een bovengrens aan de instroom in Engelstalige bacheloropleidingen in het domein Economie en Bedrijfskunde (UNL, 2025b). Een tweede maatregel is dat internationale bachelor­opleidingen voortaan tweetalig zullen worden aangeboden (UNL, 2025c). De combinatie van instroombeperking met tweetalig aanbod leidt tot een verdere vermindering van de schaalvoordelen in het onderwijs en helpt de faculteiten dus niet om de financiële uitdagingen aan te gaan.

Bevorder samenwerking en specialisatie

In een normale bedrijfstak waarin de resultaten door afnemende vraag en te veel concurrentie onder druk staan, zal er een consolidatieproces op gang komen, waarbij aanbieders verdwijnen, fuseren of worden overgenomen. Het stopzetten van opleidingen om financiële redenen komt in het domein Economie weinig voor.

Van het oude idee van de commissie-Veerman dat onderwijsinstellingen niet allemaal hetzelfde moeten doen en zich meer zouden moeten specialiseren, is binnen het domein Economie weinig terechtgekomen (CTHOS, 2010). Er bestaat een aanzienlijke overlap in het nationale onderwijsaanbod, waarin soms zelfs in dezelfde universiteitsstad zeer vergelijkbare opleidingen worden aangeboden.

Hoewel fusies en overnames in het wo ongebruikelijk zijn, zou de financiële nood instellingen kunnen aanzetten tot meer samenwerking en afstemming in het onderwijsaanbod. Dat gaat echter niet vanzelf en vereisen een sterke centrale regie. De overheid zou dit proces kunnen stimuleren met een sectorplan, waarbij ze financiële middelen beschikbaar stelt om samenwerking en specialisatie te bevorderen.

Getty Images

Literatuur

Adviesraad Migratie (2023) Uitgelicht: Internationale studenten – de belangrijkste feiten op een rij. Blog op www.adviesraadmigratie, 28 april.

CTHOS (2010) Differentiëren in drievoud: Advies van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel. Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel, Advies, april. Te vinden op www.vereniginghogescholen.nl.

CPB (2019) Economische effecten van internationalisering in het hoger onderwijs en mbo. CPB Notitie, september.

Koopmans, C., S. Pel, H. Prins en T. Vervliet (2024) Minder internationale studenten economie en bedrijfskunde: Effecten, kosten en baten. SEO Economisch Onderzoek Rapport, 2024-31.

MinOCW (2022) Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en wetenschap. MinOCW, 14 juli. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

MinOCW (2025) Prognose aantal studenten wo. OCW in cijfers.

PVV (2025) Dit is uw land! Verkiezingsprogramma 2025-2029. Te vinden op www.pvv.nl

Rathenau Instituut (2020) Ontwikkeling derde geldstroom en beïnvloeding van wetenschappelijk onderzoek. Rathenau Instituut Rapport.

Tweede Kamer (2014) De wereld in: Visiebrief internationale dimensie van ho en mbo. Kamerstuk Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 22452.

Tweede Kamer (2025) Uitvoering moties met betrekking tot het wetsvoorstel Wet internationalisering in balans (WIB) en vervolgproces. Kamerstuk 36555, nr. 12.

UNL (2025a) Onderwijsbezuinigingen aangenomen: universiteiten naar de rechter. Universiteiten van Nederland, Nieuwsbericht, 8 april.

UNL (2025b) Universiteiten gaan zelf internationalisering verder in balans brengen. Universiteiten van Nederland, Nieuwsbericht, 15 april.

UNL (2025c) Maatregelenpakket zelfregie: Versterken Nederlandse taal en beheersen internationale instroom. Universiteiten van Nederland, Publicatie.

Visser, S., S. Moons en R. Steemers (2021) Toereikendheid, doelmatigheid en kostentoerekening in het mbo, hbo en wo&o. Strategy& Rapport, februari. Te vinden op zoek.officielebekendmakingen.nl.

Auteur

  • Ivo Arnold

    Hoogleraar en oud-onderwijs­decaan aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Plaats een reactie