
In de huidige Nederlandse arbeidsmarkt speelt arbeidsmigratie een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het verlichten van personeelskrapte. Deze rol van migratie blijkt wanneer de ontwikkeling van het totale aantal arbeidsmigranten wordt vergeleken met de ontwikkeling van het verschil tussen het aantal openstaande vacatures en de omvang van de werkloze beroepsbevolking.
Vacatures weerspiegelen de binnenlandse vraag naar arbeid en werkloosheid zegt iets over het binnenlandse aanbod. Het verschil tussen beide kan daarom gezien worden als indicator voor de potentiële vraag naar buitenlandse arbeid en wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt als voorspellende variabele voor aantallen niet-asielmigranten, die grotendeels uit arbeidsmigranten bestaan.
In de periode 2013–2019 nam het aantal vacatures ten opzichte van de werkloze beroepsbevolking toe, resulterend in een toenemende potentiële vraag naar buitenlandse arbeid. Om aan deze vraag te voldoen, steeg het aantal arbeidsmigranten van ruim 377.000 in 2013 naar bijna 630.000 in 2019. Ongeveer twee derde van alle arbeidsmigranten kwam uit Midden- en Oost-Europa. In dezelfde periode nam ook het aantal arbeidsmigranten vanuit andere EU-lidstaten, EFTA-landen en derdelanden toe, hoewel de relatieve omvang van deze groepen afnam.
De afname in de vraag naar buitenlandse arbeid tijdens de coronacrisis (een gevolg van zowel minder vacatures als meer werklozen) ging gepaard met een daling in het aantal arbeidsmigranten in 2020. Het daaropvolgende economisch herstel ging gepaard met een toename van het aantal arbeidsmigranten tot bijna 688.000 in 2022.
Sinds 2022 neemt de potentiële vraag naar buitenlandse arbeid af en neemt het aantal arbeidsmigranten niet langer toe. Ook het aandeel migranten uit Midden- en Oost-Europa neemt sindsdien af. De vraag naar (buitenlandse) arbeid is dus een belangrijke voorspeller voor de toestroom van arbeidsmigranten naar Nederland.
Auteurs
Categorieën