Milieu en economie worden in het maatschappelijke debat vaak tegenover elkaar geplaatst. Maar door ze in samenhang te bezien, ontstaat het inzicht dat het versneld aanpakken van milieuproblemen meer welvaart oplevert dan uitstel.
In het kort
- Het aanpakken van klimaatverandering, luchtverontreiniging, vermesting en zeer zorgwekkende stoffen is rendabel.
- Op termijn is het noodzakelijk om het economische systeem in te passen in de draagkracht van het natuurlijke systeem
- Omdat de natuur in de toekomst meer waard wordt, zijn investeringen in extra natuur economisch zinvol.
In ons economische systeem vindt een uitwisseling van materialen, energie en diensten plaats tussen de economie en het fysische milieu (Daly, 1991) Enerzijds brengen menselijke activiteiten door emissies, geluid en landschappelijke ingrepen verstoringen aan in het milieu. Anderzijds levert het milieu grondstoffen en ecosysteemdiensten (zoals natuurrecreatie) die baten opleveren (Schenau et al., 2023).
Op de langere termijn is het noodzakelijk om het economische systeem in te passen in de draagkracht van het natuurlijke systeem, omdat er anders onomkeerbare schade aan ecosystemen ontstaat en de basis voor economische en maatschappelijke welvaart wordt ondermijnd (Opschoor, 1995; Lucas et al., 2026, in dit nummer). Op de kortere termijn, voor de welvaart in het hier en nu, is het van belang te weten hoeveel het milieu waard is om goede beleidskeuzes te kunnen maken.
Het welvaartsverlies door milieu-emissies in Nederland is voor 2022 geschat op 46 miljard euro, ofwel 4,6 procent van het bruto binnenlands product (De Bruyn et al., 2025). Het gaat hierbij om schade aan de menselijke gezondheid, natuur en gebouwen (cultureel erfgoed). Daarbovenop komt de waarde van het gebruik van de natuur in Nederland voor het leveren van ecosysteemdiensten (CBS, 2025). Het totale welvaartsbelang van een schoon milieu en vitale natuur in Nederland komt daarmee uit op minimaal zes procent van het bbp. Het grootste welvaartsverlies wordt veroorzaakt door de uitstoot van stoffen die zorgen voor klimaatverandering, luchtverontreiniging, vermesting en toxiciteit (figuur 1).

Dit welvaartsverlies kan worden beperkt als de kosten van maatregelen om milieuvervuiling terug te dringen lager zijn dan de schade door die vervuiling. Hoewel er niet een integrale kosten-baten analyse over alle milieuthema’s beschikbaar is voor Nederland, maken diverse studies wel duidelijk dat investeren in een beter milieu meer baten oplevert dan kosten.
Klimaatverandering
Het klimaat verandert door menselijke activiteiten die leiden tot een oplopende concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. Deze gassen, waarvan koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) de belangrijkste zijn, laten invallende zonnestralen door, maar houden de door de aarde teruggekaatste warmte tegen. Dit versterkt het broeikaseffect. Sinds het pre-industriële tijdperk is de tienjaars gemiddelde temperatuur op aarde gestegen met meer dan 1,2 graden Celsius door menselijk handelen (Forster et al., 2025).
Klimaatschade ontstaat doordat de stijgende zeespiegel, hogere temperaturen en veranderende neerslagpatronen invloed hebben op de menselijke gezondheid, ecosysteemdiensten en de waarde van door mensen geproduceerde kapitaalgoederen. Deze schade kan aanzienlijk zijn: overstromingsschade en funderingsschade leiden alleen al tot een mogelijk verlies van honderden miljarden euro’s. (PBL, 2024). Daarbovenop komt dan nog schade aan de gezondheid (hittestress), natuur (verlies biodiversiteit) en cultureel erfgoed.
Het is lastig om de schadekosten precies in te schatten, omdat er onzekerheden over de kantelpunten in de werking van het mondiale klimaatsysteem bestaan en omdat de klimaatschade afhankelijk is van het succes van beleidsmaatregelen die genomen worden om hetzij de emissies te reduceren hetzij de effecten van klimaatverandering dragelijker te maken.
Omdat de kosten van mitigatie met meer zekerheid te bepalen zijn, wordt de klimaatschade ook benaderd als de kosten om de internationale afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs te halen (Wereldbank, 2024). Met die berekeningswijze bedroeg de schade van emissies van broeikasgassen in Nederland in 2022 26 miljard euro (De Bruyn et al., 2025). Het grootste deel van deze schade ontstaat door het verbranden van fossiele brandstoffen, vooral in de elektriciteitsproductie en industrie (chemische industrie, aardolieraffinage en basismetaal). Daarnaast is de landbouw (vooral veeteelt) een belangrijke bron van methaan- en lachgasemissies.
Een groeiend aantal studies komt tot de conclusie dat mondiaal de kosten van mitigatie om de temperatuurstijging tot twee graden te beperken lager zijn dan de kosten van klimaatschade (IPCC, 2022). McKinsey (2023) schat in dat de totale kosten voor de Nederlandse economie om klimaatneutraal te worden ongeveer drie procent van het bbp bedragen, als de lasten gelijk over alle sectoren worden verdeeld. Deze kosten kunnen echter veel hoger uitpakken als bepaalde sectoren uitzonderingsposities krijgen. Dat is niettemin de beleidspraktijk in veel landen waaronder Nederland. In Bijlage 13 van de Miljoenennota 2026 (Ministerie van Financieen, 2025) valt bijvoorbeeld af te lezen dat de kosten om de 2030 doelen te halen enorm verschillen tussen de diverse sectoren die taakstellingen hebben gekregen onder het Klimaatakkoord. Terwijl de kosten bij de landbouw neerkomen op €49/tCO2 voor het restemissiedoel in 2035, bedragen de kosten in de gebouwde omgeving omgerekend meer dan €800/tCO2. Hierdoor wordt het totale klimaatbeleid (veel) duurder wat het draagvlak voor het beleid niet ten goede komt.
Een gebrek aan voortgang in het (internationale) klimaatbeleid heeft uiteindelijk het risico van een buitengewoon ongunstig economisch scenario waarbij naast kosten van mitigatie ook uitgaven voor adaptatie moeten worden ingeboekt, terwijl tegelijkertijd de economie schade ondervindt van ingrijpende klimaatverandering.
Grootschalige luchtverontreiniging
Grootschalige luchtverontreiniging omvat emissies van een vijftal stoffen: zwaveldioxide, stikstofoxide, ammoniak, fijnstof en vluchtige organische stoffen. Emissies van deze stoffen resulteren in verhoogde concentraties in onze leefomgeving van fijnstof, stikstofdioxide en ozon die schade veroorzaken aan de menselijke gezondheid op het gebied van long- en cardiovasculaire ziekten en leiden tot een verkorting van de levensverwachting. Het EEA (2025) schat in dat in Nederland per jaar ruim 7.300 mensen voortijdig komen te overlijden door luchtverontreiniging. Daarnaast veroorzaakt luchtverontreiniging schade aan ecosystemen en aan gebouwen en cultureel erfgoed. De totale schade van de emissies uit 2022 wordt ingeschat op 19,5 miljard euro (De Bruyn et al., 2025).
In de afgelopen tien jaar hebben de baten van investeringen in het terugdringen van luchtverontreiniging de kosten met minimaal een factor vier overstegen (Europese Commissie, 2025). In de toekomst nemen de luchtverontreinigende emissies verder af als neveneffect van beleidsvoornemens rondom broeikasgasreductie en natuurherstel (PBL, 2025). Aan de andere kant nemen door vergrijzing en toegenomen preferenties voor een schoon milieu de schadekosten per kilogram emissie toe (De Bruyn et al., 2025). Daarom valt het te verwachten dat het kosten-batensaldo van verdere reductie in luchtverontreiniging positief blijft, ook omdat de wetenschappelijke kennis over de impact van luchtverontreiniging op gezondheid in ontwikkeling is. Zo worden in de epidemiologische literatuur steeds meer verbanden gevonden tussen ultrafijnstof en omvangrijke volksziektes als diabetes en Alzheimer – ziektes die nu niet in de schadekostenberekeningen zitten (Huang et al., 2025). Mede op basis van zulk onderzoek heeft de WHO de grenswaarden voor schone lucht flink verlaagd.
Verzuring en vermesting
Verzuring en vermesting vormen twee door de mens veroorzaakte drukfactoren die in Nederland de biodiversiteit in zowel terrestrische als aquatische ecosystemen aantasten. Verzuring is het proces waarbij door natte en droge depositie van zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak extra zuurequivalenten terechtkomen in de bodem of het watersysteem, waardoor de zuurgraad (pH) daalt. Vermesting is de overmatige aanvoer van nutriënten boven het natuurlijke behoefteniveau.
Verzuring en vermesting leiden allereerst tot een achteruitgang in de kwaliteit van de bodem waardoor de biodiversiteit en verscheidenheid van het natuurlijke landschap minder wordt. Daarnaast leidt vermesting van het oppervlaktewater tot algengroei die de zuurstof in het water doet afnemen, wat kan leiden tot vissterfte.
In Nederland wordt de directe schade door verzurende en vermestende stoffen in 2022 geschat op 17,9 miljard euro (eigen berekening op basis van de gegevens uit De Bruyn et al., 2025). Daarbij komen nog de schadekosten van verloren economische activiteit die niet kan plaatsvinden vanwege juridische beperkingen. Deze bedragen 0,5 à 3,1 miljard euro per jaar (Stabler et al., 2025). Van de directe schade wordt negentig procent veroorzaakt door emissies naar lucht van NOx, SO2 en NH3 die al onder het thema grootschalige luchtverontreiniging vallen. Daarom valt beleid om de luchtkwaliteit te verbeteren grotendeels samen met beleid om de natuurkwaliteit te herstellen.
De toekomstige ontwikkeling van vermesting en verzuring hangt deels af van de ontwikkelingen in de landbouwsector omdat daar de meeste emissies ontstaan. Hoewel kosten-batenanalyses laten zien dat de baten van het toedienen van meststoffen niet opwegen tegen de gezondheids- en ecologische schade (Van Grinsven et al., 2025), is het in Nederland politiek nog lastig om de landbouwsector te laten betalen voor de veroorzaakte schade.
Zeer zorgwekkende stoffen
ZZeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen en daar op de langere termijn bijdragen aan het risico op het krijgen van ziektes zoals kanker. Er zijn meer dan 3.000 zeer zorgwekkende stoffen bekend, waaronder zware metalen, gechloreerde koolwaterstoffen, pesticiden, PFAS en een heel scala aan specifieke chemische verbindingen die in producten of halffabricaten worden gebruikt.
De acute gezondheidsrisico’s van de meeste toxische stoffen zijn in beeld want die vormen onderdeel van de toelatingsprocedure (REACH). Voor zeer zorgwekkende stoffen gaat het in Nederland om ongeveer 400 miljoen euro schade per jaar (de Bruyn et al., 2025).
De chronische effecten van stoffen die zich langzaam in het menselijke lichaam ophopen, zijn echter grotendeels onbekend of kunnen nog niet worden gekwantificeerd. Bij luchtverontreiniging weten we dat de acute effecten maximaal vijf procent van de totale effecten uitmaken (CE Delft, 2023). Als deze verhouding ook bij de zeer zorgwekkende stoffen zou gelden, zou de totale schade kunnen oplopen tot acht miljard euro. Daarbovenop komen dan nog de kosten van stoffen zoals PFAS, waarvan de schadekosten nog niet goed kwantificeerbaar zijn. Een recente studie laat zien dat de gezondheidskosten van PFAS-vervuiling in Europa nu al minimaal veertig miljard bedragen (WSP et al., 2026). De studie concludeert dat de kosten van een complete ban op productie en consumptie van PFAS veel lager zijn dan de gezondheidsschade.
Natuur
De natuur in Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de welvaart. Het gaat dan om productieve baten, zoals de opbrengst van landbouw, bosbouw en visserij, maar ook om regulerende en culturele baten, zoals het nut of geluk dat mensen ervaren als ze zich in de natuur begeven. Het CBS (2025) heeft voor 2022 becijferd dat de natuur in Nederland voor 12,5 miljard euro aan kwantificeerbare baten kent. Dit bedrag wordt gedomineerd door culturele diensten (met natuurtoerisme als grootste post). De baten komen vooral bij huishoudens terecht, terwijl in tweede instantie toerisme en de landbouwsector profiteren van het natuurlijk kapitaal in Nederland (CBS, 2022).
Wel is de gebruikte waardering via ecosysteemdiensten aan tal van beperkingen onderhevig, zowel op methodologisch terrein als op het gebied van beschikbare data. De systematiek wordt gedomineerd door (directe) gebruikswaarden, zoals toerisme, terwijl intrinsieke waarden en optionele waarden niet worden meegenomen (Van Berkel et al., 2022). Ook de gezondheidsbaten, zoals stressreductie en een hogere levensverwachting (Rojas-Rueda et al., 2019), zijn niet toegerekend als baten van de natuur.
Voor de toekomst is het relevant om in ogenschouw te nemen dat de natuur meer waard wordt (Drupp et al., 2024). Inkomensgroei leidt tot een toegenomen vraag naar natuur om in te recreëren of naar schone lucht. Omdat het aanbod van natuur in Nederland niet toeneemt, stijgt de gebruikswaarde ervan. Daarnaast wordt natuur ook meer waard omdat het in relatieve zin schaarser wordt ten opzichte van de uitdijende stroom consumptiegoederen in ons bestaan. Daarom zijn investeringen in extra natuur óók onderdeel van een zinvol economisch beleid gericht op het welzijn van de burgers in Nederland
Tot slot
Te lang is beredeneerd dat milieu en economie tegenover elkaar staan. Maar in een beleid gericht op (‘brede’) welvaart komen ze naast elkaar te staan (PBL, CPB en SCP, 2022). Op het terrein van klimaatverandering, grootschalige luchtverontreiniging, vermesting/verzuring, zeer zorgwekkende stoffen en verlies van biodiversiteit bestaat er bewijs dat meer investeringen in natuur en milieu maatschappelijke baten kan opleveren die hoger zijn dan de kosten. Daarbij is het ook aannemelijk dat door preferenties en meer kennis over de effecten van milieuvervuiling de vraag naar een schoon milieu in de toekomst flink toeneemt, wat de urgentie van investeringen in een schoon milieu onderstreept.

Literatuur
Berkel, J. van, C. Blom, P. Bogaart et al. (2022) Natural capital accounting in the Netherlands. CBS en Wageningen University & Research, Technical Report.
Bruyn, S. de, H. Vollebergh en J. de Vries, J. (2025) Actualisering monetaire milieuschade: Een verkenning naar de welvaartsverliezen door milieuvervuiling in Nederland in 2022. PBL, juni.
CBS (2022) Hoeveel draagt de natuur bij aan de economie en ons welzijn? CBS Statistiek.
CBS (2025) De gebruikswaarde van natuur in Nederland. CBS Publicatie, 20 februari.
CE Delft (2023) Handboek Milieuprijzen 2023. CE Delft Publicatie, 23.220175.034.
Daly, H. (1991) Steady-State Economics: Second Edition With New Essays. Washington, DC: Island Press.
Drupp, M.A., M.C. Hänsel, E.P. Fenichel et al. (2024) Accounting for the increasing benefits from scarce ecosystems. Science, 383(6687), 1062–1064.
EEA (2025) Burden of disease of air pollution (Countries, NUTS regions and cities), tabular data (2005–2022). European Environment Agency, 1 december.
Europese Commissie (2025) Evaluation of the National Emission Reduction Commitments Directive. SWD(2025) 395 final. Europese Commissie, 1 december. Te vinden op environment.ec.europa.eu.
Forster, P.M., C. Smith, T. Walsh et al. (2025) Indicators of Global Climate Change 2024: Annual update of key indicators of the state of the climate system and human influence. Earth System Science Data, 17(6), 2641–2680.
Grinsven, H.J.M. van, B. Gu, A. Rodríguez et al. (2025) Valuing damages and benefits of the altered global nitrogen cycle; Lessons for national to global policy support. Environmental Research Letters, 20(9), 094014.
Huang, X., J. Steinmetz, E. Marsh et al. (2025) A systematic review with a Burden of Proof meta-analysis of health effects of long-term ambient fine particulate matter (PM2.5) exposure on dementia. Nature Aging, 5 897–908.
IPCC (2022) Climate Change 2022: Mitigation of climate change. Intergovernmental Panel on Climate Change, Working Group III.
McKinsey (2023) From ambition to action: Decarbonization and beyond in the Netherlands. McKinsey & Company, Rapport, 9 november.
Opschoor, J.B. (1995) Ecospace and the fall and rise of throughput intensity. Ecological Economics, 15(2), 137–140.
PBL (2024) Klimaatrisico’s in Nederland: De huidige stand van zaken. Planbureau voor de Leefomgeving, Publicatie, 5359.
PBL (2025) Emissieramingen luchtverontreinigende stoffen 2025. Planbureau voor de Leefomgeving, Rapport, 5494.
PBL, CPB en SCP (2022) Verankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek. Planbureau voor de Leefomgeving; Sociaal en Cultureel Planbureau; Centraal Planbureau. Rapport, 4861.
Rojas-Rueda, D., M.J. Nieuwenhuijsen, M. Gascon et al. (2019) Green spaces and mortality: A systematic review and meta-analysis of cohort studies. The Lancet Planetary Health, 3(11), e469–e477.
Schenau, S., J. van Berkel, P. Bogaart et al. (2022) Valuing ecosystem services and ecosystem assets for The Netherlands. One Ecosystem, 7, e84624. Te vinden op edepot.wur.nl.
Spanbroek, N., P. Lucas en P. Bogaart (2026) Hanteer planetaire grenzen als leidraad voor beleid. ESB, 111(4861S), 51–55.
Stabler, D., C. Koopmans, A. Kuczynski et al. (2025) Stikstofuitstoot en stikstofbeperkingen: Wat is de schade? SEO Economisch Onderzoek, Rapport 2025-96.
Wereldbank (2024) Guidance note on shadow price of carbon in economic analysis. World Bank, Rapport, 188324.
WSP, Ricardo en Trinomics (2026) The cost of PFAS pollution for our society: Final report. Europese Commissie, Rapport, januari. Te vinden op www.dresden.de.
Auteur
Categorieën