Ga direct naar de content

Aandeel kinderen geboren in gezinnen met problematische schulden groeit

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: februari 3 2026

Problematische schulden bij ouders ondermijnen een kansrijke start voor kinderen. Maar hoeveel kinderen in Nederland worden geboren in een gezin met problematische schulden, en welke kenmerken typeren deze gezinnen?

In het kort

  • Twaalf procent van de kinderen in Nederland wordt geboren in schulden, en dat aandeel groeit.
  • Gezinnen met jonge kinderen lijken oververtegenwoordigd onder huishoudens met financiële problemen.
  • Jonge gezinnen met schulden zijn vaker eenoudergezinnen met een beperkt arbeidsverleden en een niet-EU-achtergrond.

Een goede start in het leven bepaalt mede de gezondheid, ontwikkelkansen en het latere maatschappelijk perspectief van kinderen (Triplett et al., 2022; Van den Hof et al., 2025). Negatieve omstandigheden in deze vroege fase, zoals financiële stress binnen het gezin, hebben langdurige effecten op gezondheid, welzijn en participatie.

Gezien het belang van de eerste duizend dagen voor de kansen van kinderen later in het leven, investeert de Nederlandse overheid sinds 2018 met het actieprogramma Kansrijke Start in een goede start voor elk kind (­MinVWS, 2025). Het programma ondersteunt en stimuleert de samenwerking tussen professionals uit het medisch en sociaal domein in alle gemeenten. De voortgang wordt jaarlijks gemonitord aan de hand van diverse indicatoren, die inzicht geven in resultaten en aandachtspunten.

In de meest recente versie van de monitor werd gevonden dat in de periode 2021–2023 drie procent van de kinderen geboren werd in een gezin met geregistreerde problematische schulden bij (een van) de ouders (Van Meijeren-van Lunteren et al., 2025). De monitor baseert zich voor dit onderdeel op twee gegevens, namelijk of er sprake is van een traject schuldhulpverlening (volgens de Wet schuldsanering natuurlijke personen; WSNP) en of er sprake is van een betalingsachterstand van minimaal zes maanden bij de zorgverzekering.

In dit artikel bepalen we de schuldenproblematiek bij gezinnen met jonge kinderen aan de hand van aanvullende indicatoren, om zo een vollediger beeld te krijgen van de daadwerkelijke situatie. Hoewel het meenemen van meer indicatoren er altijd toe leidt dat een groter aandeel van de kinderen in problematische schulden wordt gevonden, biedt deze bredere benadering wel een vollediger en realistischer beeld van de werkelijkheid.

Data

Om inzicht te krijgen in het aandeel kinderen in Nederland dat in de eerste duizend dagen wordt blootgesteld aan problematische schulden van hun ouders analyseren we microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We gebruiken hiervoor gegevens van alle kinderen geboren in drie opeenvolgende geboortecohorten (2021–2023).

Een kind wordt geclassificeerd als geboren in een gezin met problematische schulden wanneer ten minste één van de juridische ouders volgens de definitie van het CBS zo’n schuld heeft op 1 januari van het betreffende geboortejaar.  We kijken daarvoor naar gegevens van de Belastingdienst, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en openstaande bijstandsvorderingen (CBS, 2024). Het CBS neemt ook gegevens mee over schuldhulpverleningstrajecten, betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars en openstaande vorderingen bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Over drie aanvullende criteria beschikken wij echter niet: schuldregeling geregistreerd bij Bureau Krediet Registratie (BKR), betalingsachterstand bij BKR, en het Centraal Curatele en Bewindregister (CCBR). Voor het gebruik van deze bronnen is aanvullende toestemming nodig, die niet standaard verleend wordt voor onderzoek.

Problematische schulden in jonge gezinnen

Van de 511.000 kinderen die tussen 2021 en 2023 werden geboren, kwamen er 52.000 ter wereld in een gezin met geregistreerde problematische schulden. Dit aandeel nam toe in de tijd: in 2021 betrof het circa 16.000 kinderen (negen procent), in 2022 circa 17.000 kinderen (tien procent), en in 2023 circa 19.000 kinderen (twaalf procent).

Het aandeel kinderen dat in 2023 geboren werd in een gezin met problematische schulden ligt hoger dan het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden in de totale populatie (12 versus 8,8 procent) (CBS, 2024). Dit verschil suggereert dat gezinnen met jonge kinderen relatief vaak voorkomen onder huishoudens met problematische schulden. Desondanks is de vergelijking niet een-op-een te maken omdat niet elk geboren kind een apart huishouden vertegenwoordigt (1,5 procent van de geboortes betreft meerlingen).

Kenmerken gezinnen

Om jonge gezinnen met problematische schulden goed te kunnen ondersteunen, is het belangrijk te weten welke gezinnen het grootste risico lopen. Met behulp van een logistisch regressiemodel hebben wij onderzocht welke gezinskenmerken samenhangen met de kans dat een kind geboren wordt in een gezin met geregistreerde problematische schulden (zie online appendix). Vooral de ouderstructuur heeft effect op of een kind geboren wordt in een schuldengezin. Zo hebben kinderen die geboren worden in een eenoudergezin een ruim drie- tot viermaal hogere kans om op te groeien in een gezin met geregistreerde problematische schulden dan kinderen met twee samenwonende ouders. Gezinnen waarvan ouders niet of relatief kort werkzaam zijn, hebben ongeveer twee keer zo veel kans op geregistreerde problematische schulden als gezinnen waarvan de ouders een lange loopbaan hebben. met een langer arbeidsverleden. Daarnaast hebben gezinnen met een niet-EU-herkomst, waarbij ten minste één ouder buiten Nederland is geboren, een ongeveer dertig procent hogere kans op geregistreerde problematische schulden dan gezinnen met een Nederlandse herkomst. Tot slot blijkt dat ook het wonen in een van de vier grootste gemeenten van Nederland (G4) het risico vergroot, met Rotterdam als meest opvallende uitschieter (figuur 1).

Gerichte preventie bij aanstaande ouders

Omdat omstandigheden vroeg in het leven bepalend zijn voor latere gezondheid, welzijn en maatschappelijke participatie, is het essentieel om tijdig te investeren in gezinnen en factoren die bijdragen aan een kansrijke start. Dat geldt voor de hele bevolking, maar in het bijzonder voor (aanstaande) gezinnen, waarin de basis voor ontwikkeling wordt gelegd. Investeren in gezinnen in een vroeg stadium vergroot niet alleen de kansen van kinderen, maar levert ook het hoogste maatschappelijke rendement op (­Heckman, 2008). Binnen het schuldenbeleid zou de nadruk daarom moeten liggen op primaire preventie: het voorkómen dat schulden überhaupt ontstaan. Secundair preventie, zoals de bestaande gemeentelijke vroegsignalering van betalingsachterstanden, speelt een belangrijke rol bij het tijdig opmerken van beginnende financiële problemen, terwijl tertiaire preventie gericht is op het tegengaan van verergering van bestaande schulden.

Preventie gericht op aanstaande ouders vraagt om nauwe samenwerking tussen professionals in de preconceptiezorg, geboortezorg, jeugdgezondheidszorg en het sociale domein, en sluit aan bij bestaande initiatieven binnen het landelijke actieprogramma Kansrijke Start, zoals Gezond Zwanger Worden (GGD GHOR, 2025).

Tot slot

Onze analyse geeft geen inzicht in de hoogte en de duur van de schulden, factoren die mogelijk wel relevant zijn voor de relatie met gezondheidsuitkomsten (Richardson et al., 2013). Ook zeggen ze niets over de oorzaken van de toename van het aandeel gezinnen met jonge kinderen met geregistreerde problematische schulden. Eerdere analyses in de algemene bevolking laten zien dat vanaf 2021 vooral toeslag- en belastinggerelateerde schulden toenamen, terwijl andere schulden juist afnamen (CBS, 2024). Dit hangt samen met coronamaatregelen, zoals uitstel van belastingbetaling en een tijdelijke invorderingsstop, waardoor bestaande schulden langer openstonden en vaker als problematisch werden geregistreerd, terwijl de definitie ongewijzigd bleef. Volgens het CBS (2024) zou het aandeel huishoudens met problematische schulden zonder deze maatregelen waarschijnlijk lager en stabieler zijn gebleven (bijvoorbeeld 8,2 procent in plaats van 8,9 procent in 2024). Of de stijging bij gezinnen met jonge kinderen ook hiermee samenhangt, moet nader worden onderzocht.

Getty Images

Literatuur

CBS (2024) Schuldenproblematiek in beeld. CBS Dashboard.

GGD GHOR (2025) Gezond zwanger worden. GGD GHOR.

Heckman, J.J. (2008) Schools, skills, and synapses. Economic Inquiry, 46(3), 289–324.

Meijeren-van Lunteren, A. van, A.J. Brouwer-Prusak, J.M. Molenaar et al. (2025) Monitor Kansrijke Start 2024. RIVM Publicatie.

MinVWS (2025) Kansrijke Start. MinVWS Publicatie. Te vinden op www.kansrijkestart.nl.

Richardson, T., P. Elliott en R. Roberts (2013) The relationship between personal unsecured debt and mental and physical health: a systematic review and meta-analysis. Clinical Psychology Review, 33(8), 1148–1162.

Triplett, R.L., R.E. Lean, A. Parikh et al. (2022) Association of prenatal exposure to early-life adversity with neonatal brain volumes at birth. JAMA Network Open, 5(4), e227045.

Van den Hof, M., I. Veer, R. van Gaalen en T. Roseboom (2025) Clustering of circumstances during the first 1000 days after conception and their association with school performance: a population-based cohort study from the Netherlands. BMJ Public Health, 3(2), e002176.

Auteurs

Plaats een reactie