De onzichtbare hand maakt plaats voor de gebalde vuist
Dit is de zevende en laatste blog in de reeks blogs over geo-economie, waarin geschetst wordt hoe het economisch denken en beleid herijkt kan worden in de huidige veranderende wereldorde.
In deze serie verschijnen:
- De wortels van het vrijhandelsdenken – 5 februari
- Van vrijhandel naar machtspolitiek – 5 februari
- Geo-economische macht als collectief goed – 10 februari
- Offensieve en defensieve geo-economische macht – 13 februari
- De bronnen van geo-economische macht – 17 februari
- Het opbouwen van control points – 20 februari
- Aandachtspunten voor beleid – 24 februari
Deze blogreeks bouwt voort op het nieuwjaarsartikel van 19 januari 2026 van Sandor Gaastra.
In de afgelopen weken bespraken we de economische theorie achter geo-economische macht, en boden we aanknopingspunten voor beleid om de economische veiligheid in Nederland te versterken. In dit afsluitende blog bespreken we drie bredere aandachtspunten die we willen meegeven ten behoeve van effectief en doelmatig economisch veiligheidsbeleid.
Voorkom ‘securitisation of everything’
Een eerste aandachtspunt is dat juist nu het publiek belang van economische veiligheid in korte tijd belangrijk is geworden, het essentieel is om te waken voor wildgroei van beleid. Bepaalde overheidsingrepen kunnen zonder meer legitiem zijn – er is immers sprake van een extern effect. Randvoorwaardelijk daarbij is wel dat het middel niet erger is dan de kwaal (WRR, 2024). Zeker omdat verdienvermogen op zichzelf een grote factor is in geo-economische macht en economische veiligheidsbeleid vaak ten koste gaat van verdienvermogen, zou te breed en ongericht beleid zelfs averechts kunnen werken.
Waar eindigt legitiem overheidsingrijpen en begint de wildgroei? Een maatschappelijke kostenbatenanalyse zal schier onmogelijk zijn. De baten van geo-economische macht zijn immers niet eenduidig: ze hangen af van welke waarde we toedichten aan autonomie in nu nog onbekende conflictsituaties, maar ook van hoe andere mogendheden de toegang tot bepaalde goederen of diensten waarderen.
Een kansrijkere route voor beleidseconomen is om de effectiviteit van verschillende maatregelen onderling zo vergelijkbaar mogelijk te maken. Zo kunnen we eraan bijdragen dat belastinggeld zo effectief mogelijk wordt omgezet in het onderliggende doel: geo-economische macht.
Richt beleid enkel op de relaties die er het meest toe doen
Een tweede aandachtspunt is dat economische veiligheidsbeleid rekenschap dient te geven van de specifieke positie waarin Nederland zich bevindt. Geo-economische macht heeft enkel betekenis in relatie tot andere mogendheden. De optimale strategie om geo-economische macht op een doelmatige manier op te bouwen varieert dan ook naargelang de geopolitieke omstandigheden. De overwegingen voor een afgelegen micronatie zijn bijvoorbeeld fundamenteel anders dan voor een hegemoon. Het Nederlandse perspectief is dat van een middelgrote, open economie, die onderdeel uitmaakt van een economische grootmacht (de EU) en historisch nauwe banden heeft met een supermacht (de Verenigde Staten). Beleid moet deze context als vertrekpunt nemen.
Een eerste overweging die hieruit volgt is dat geo-economische macht van waarde is in relaties waarbij sprake is van asymmetrische interdependentie, in Nederlands of Europees nadeel (Farrell en Newman, 2019). In dergelijke situaties loopt Nederland het risico onder druk gezet te worden, en heeft het beperkt handelingsperspectief. De geo-economische macht tegenover kleine economieën is omwille hiervan zelden een punt van zorg: doorgaans zal de grote omvang van de Europese economie an sich volstaan.
Een tweede overweging is dat geo-economische macht er met name toe doet in relaties die zeer goed noch zeer slecht zijn. Bij zeer goede relaties is het zeer onwaarschijnlijk dat geo-economische macht als drukmiddel wordt ingezet. Bij zeer slechte relaties is de functie ervan ook beperkt, omdat dan vermoedelijk al van geen enkele vorm van economische samenwerking sprake zal zijn. Juist bij relaties die goed noch slecht zijn of sterk fluctueren is geo-economische macht relevant, omdat juist in deze gevallen beïnvloeding van de keuzes van andere mogendheden het meest reëel is.
Behoud open positie in de wereldeconomie
Het derde aandachtspunt is dat economische veiligheidsbeleid geen glijdende schaal dient te worden naar algeheel protectionisme, waar uiteindelijk welvaart noch weerbaarheid mee geholpen is. De wereld verkeert momenteel in een steeds verder escalerende dynamiek van handelsbeperkend sentiment en eroderend multilateralisme. Hoewel het in zo’n context verstandig is om daar eigen economische veilgiheidsbeleid tegenover te zetten, blijft de meest wenselijke uitkomst dat de negatieve spiraal gekeerd wordt – in het bijzonder voor een open economie zoals Nederland (zie blog 1). Dit betekent een vooruitstrevende houding bij hervormingen of nieuwe initiatieven om het tij te keren en de op regels gebaseerde multilaterale orde weer aan te sterken (Bruegel, 2025a). Idealiter lukt dit op mondiale schaal, maar ook het inzetten op ordentelijke vrijhandelsrelaties is essentieel – zowel binnen de EU als in bilaterale handelsakkoorden zoals Mercosur. Naast de economische baten resulteert dit in een groter mondiaal blok van op vrijhandel gerichte gelijkgestemden (Bruegel, 2025b).
Dat bepaalde afwijkingen van het Ricardiaanse denkkader vanuit economische veiligheidsperspectief verstandig zijn, betekent bovendien geenszins dat protectionisme altijd gunstig is voor economische veiligheid. Generieke importtarieven zijn hier bij uitstek een voorbeeld van: dit leidt tot grote economische schade en draagt niet bij aan het stimuleren van strategische economische activiteiten (CPB, 2025). In een hoogwaardige economie als de Nederlandse leidt generiek protectionisme vooral tot een herallocatie naar laagwaardige activiteiten, om import te vervangen. De competitiviteit van hoogwaardige activiteiten wordt dan gestremd door duurdere halffabricaten, verdringing en lagere blootstelling aan internationale concurrentie en kennisspillovers, juist wanneer daarmee afgezonderd wordt van landen die goed gepositioneerd zijn.
Noodzakelijke defensieve interventies zullen in veel gevallen onvermijdelijk ten koste gaan van economische openheid. Om offensieve successen te behalen en tot wederzijdse afhankelijkheden te komen, is openheid juist een cruciale randvoorwaarde. Een gebrek aan internationale concurrentie en kennisspillovers is funest voor onze hoogwaardige economische activiteiten en maakt het nagenoeg onmogelijk om mondiale koplopers voort te brengen. Ook is openheid noodzakelijk om de waarde van control points daadwerkelijk te laten materialiseren. Immers, om een strategisch onmisbare partner te zijn dien je eerst überhaupt een partner zijn.
Ook waar industriebeleid noodzakelijk zal zijn om tot de nieuwe balans tussen veiligheid en verdienvermogen te komen, spelen de oude bekende valkuilen nog onverminderd. Zo blijft het voor beleidsmakers onmogelijk om het economisch potentieel van investeringen net zo goed in te schatten als marktpartijen en is het zeer reëel dat publieke uitgaven productievere private uitgaven verdringen. Ook bestaat het risico dat beleidsinterventies overmatig geijkt worden op bestaande industrieën en sterktes, waardoor het voor toetreders moeilijker wordt om te groeien en de economie haar dynamiek verliest. Tot slot is het risico op lobby’s aanzienlijk, en is het politiek erg lastig om sectorale steun weer af te bouwen als de rationale voor deze steun vermindert. Hoewel enige acceptatie van deze nadelen dus nodig zal zijn, dient zeer zorgvuldig omgegaan te worden met het ontwerp van nieuw industriebeleid (Garretsen, 2024).
Tot slot
Voor de beleidsaanbevelingen die we doen, de bredere implicaties die daarbij spelen en het raamwerk in den brede geldt dat ze in de eerste plaats beogen een doorwrochte discussie over geo-economie te stimuleren. De internationale context waarin Nederland en Europa moeten bewegen is blijvend veranderd. Verstrekkende gevolgen voor de economie zijn onontkoombaar. Of de lessen die wij uit de geo-economie hebben getrokken de juiste zijn, valt te bezien. Dat een aanhoudend en gedegen economisch debat hierover broodnodig is, staat onzes inziens echter vast. We hopen daar met deze blogreeks handvatten voor te bieden.
Literatuur
Bruegel (2025a), Tariffs, Deals and Multilateral Ideals: Can the World Trade Organization Survive? Bruegel Working Papers, No. 25/2025.
Bruegel (2025b) From strategy to doctrine: the next steps for European economic security. Bruegel Policy Brief.
CPB (2025) Economische effecten van importheffingen. CPB Publicatie, mei.
Farrell, H. en Newman, A. (2019) Weaponized Interdependence: How Global Economic Networks Shape State Coercion. International Security 2019; 44 (1).
Garretsen, H. (2024) Gevestigde kritiek op industriebeleid botst met nieuwe realiteit. ESB, 109(4837S), pp. 8–9.
WRR (2024) Nederland in een fragmenterende wereldorde. WRR Rapport nr. 109, 1 juli.
Auteurs
Categorieën